Gisteren was de markt weer omhoog. Leuk, want vanochtend hadden we voor het eerst sinds tijden weer wat gekocht. Maar hebt u dat ook nog steeds, dat gevoel van leegte? Waarschijnlijk is het de schok. U weet wel, de schok van 11 september die nawerkt. De gemakkelijkste manier om de schok te verwerken is over te gaan tot de orde van de dag. Kinderen naar school brengen, beursorders verwerken, Arabieren haten. Dat is natuurlijk zinloos, behalve de kinderen naar school brengen en die orders die er toch door moeten. Er zijn allerlei vragen die we ons moeten stellen, anders komen we er niet vanaf. Bovendien is het misschien pas begonnen en beseffen we pas langzaam hoe erg de situatie is. Hier in Parijs is het straatbeeld heel rustig. We hebben begin jaren negentig al een bijzonder bloedige serie aanslagen gehad, in de metro en bij de FNAC, met tientallen doden, rondvliegende ledematen, kortom, het hele menu. Er waren toen een paar Algerijnen die moeite hadden hun mening op andere wijze over het voetlicht te krijgen. Zo raakten we gewend aan dichte papierbakken, stapeltjes afval, patrouilles in de metro en ontploffende boodschappen. Net zoals de Engelsen tijdens de terreur van de IRA hebben de Fransen geleerd dat je het best gewoon je gang kunt gaan, dat is de beste vorm van verzet. Fransen zijn meestal erg argwanend tegenover Amerikanen. Ik erger me daar soms aan en breng gesprekspartners wel eens in herinnering hoeveel van die dikke hamburgerhappers er niet liggen, in Normandië en langs de Somme, in lange rijen, onder witte kruizen. Sommigen, zo stelde ik vast toen ik met mijn zoontje ging kijken, waren heel jong, maar toch dood.Voor het eerst zag ik, op de Avenue de l’Opéra een winkel met een aanplakbiljet in het Engels, wat eigenlijk bij de wet verboden is, want alles moet in het Frans. “Aan onze gestrande vrienden”, stond er keurig boven. Binnen konden die vrienden gratis e-mail, fax en telefoon gebruiken. “We staan aan jullie kant”, besloot deze keurige winkelier. In de antikolonialistische “Monde”, stond in plaats van de zoveelste ode aan José Bové en zijn antiglobalisatie beweging een kop die Kennedy parafraseerde “Wij zijn allemaal New Yorkers”, ook nog nooit gezien. De gebeurtenissen zijn nog niet verwerkt. Daarom voelen de mensen zich genoodzaakt er over te praten. Soms is dat stomvervelend, want niet iedereen heeft de gave er iets passends over te zeggen. Dat kun je ook niet verwachten. Sommigen denken dat dit een oorlog tussen de Amerikanen en de Taliban is. Dat is het natuurlijk niet, het is een botsing tussen twee beschavingen. De ene beschaving kreeg een harde dreun en toevallig was dat een staat, die terug gaat slaan. Die klap terug komt net op het moment dat er, bij ons, zowel wat ons betreft als de Amerikanen, iets heel belangrijks aan de hand was. Er is in Den Haag een tribunaal opgezet om mensen die het al te bont maken aan te klagen en te veroordelen. Vroeger gebeurde dat niet, het begon pas in Neurenberg, en dan nog, alleen voor de verliezers. Nu pakken we de zware jongens aan terwijl de kalashnikovs bij wijze van spreken nog warm zijn. Dat is een stap vooruit. Het helpt ook de vreselijke dingen die deze mensen hebben aangericht te verwerken. Wij hebben weinig inzicht in hoe de huidige situatie verwerkt zal gaan worden. Wel kunnen we ons voorstellen dat het nog veel erger kan worden, dus een hausse op de aandelenmarkt, vandaag, wordt meteen sterk gerelativeerd. Soms weet iemand, iemand die met woorden om kan gaan, de situatie goed aan te geven. De afgelopen nacht zag ik daar al lezend en speurend, twee voorbeelden van. Het eerste was niets anders dan een reclameboodschap. De pagina stond in de Wall Street Journal van maandag en was betaald door Lehman Brothers, een zakenbank. Lehman bedankte de mensen van de reddingsploegen die hun leven hadden opgeofferd om anderen te redden. Tegelijkertijd schenkt Lehman 10 miljoen dollar aan hun nabestaanden. De tekst was sober, pakkend en ontroerend. Kijk of u die tekst nog ergens te pakken kunt krijgen. Als dat niet lukt zal ik hem op Inveztor.net laten zetten, als illustratie. Dan was daar een artikel van Martin Amis, de schrijver, in The Guardian, getiteld Fear and Loathing. U moet dat artikel eens rustig afdrukken. Niet op het scherm lezen, daar is het te goed voor. Neem het mee naar huis en laat het ook een ander lezen. Denk er over na. Herlees het nog eens. De beste manier om de gebeurtenissen te verwerken is ze te begrijpen. U zult zien hoe nuttig zo’n artikel kan zijn. Niet alleen de Amerikanen zijn in oorlog, wij ook. Onze kinderen ook, al weten ze het niet en zijn ze weerloos. We willen ze beschermen, maar we kunnen dat niet. Daardoor voelen we ons onmachtig, terwijl we zo graag wat willen doen. Vandaar dus dat rare gevoel van ongemak. Als we deze oorlog willen winnen , zullen we ons heel anders moeten opstellen dan tot nu toe. Afghanistan in een binnenmeer veranderen heeft geen zin. Dan wordt het alleen maar erger en dan zijn we straks allemaal weggevaagd door gekken met atoomknutselbommen of cropdusters met dodelijke bacteriën. En dat gruwelijke begrip collateral damage. Doe er niet aan mee, gebruik het niet. Voor je het weet ben je medeschuldig aan iets gruwelijks. We weten niet hoe we boffen dat de Amerikanen zich tot nu toe zo kalm en beheerst hebben opgesteld.Wat dat betreft is de opzet van de moordenaars gelukkig mislukt.