De werkelijkheid is altijd grimmiger dan de verbeelding, hoeveel we ook gewend zijn sinds de multi-media explosie van groteske fantasie, die in de jaren 70 op gang kwam en die nu vooral de kindergeneratie bereikt. Niets is meer te gek en alles is al gedaan.
Je hoeft niet eens meer een cultuurpessimist te zijn om aan te voelen, dat dit wellicht één van de tekenen aan de wand is, dat we ergens aan het toppen zijn. Technische analisten voelen het ook zo aan, al kijken die naar geheel andere zaken.
Zo leert een blik op Inveztor.net dat technisch analist Royce Tostrams (”AEX richting 200” het eens is met Frank van Dongen (Geen paniek: AEX naar 635) en zich dus bij de ‘baissiers’ geschaard heeft.
Saddam kost 200 miljard dollar
Dat Tostrams het eens is met Van Dongen is op zich opmerkelijk, maar het was het een ander bericht dat ons deed denken aan werkelijkheid die de verbeelding overtreft. Vandaag meldt de Wall Street Journal met de grootste kop van de dag, op de voorpagina over drie kolommen, dat de oorlog met Irak de VS wel eens 200 miljard dollar kan kosten.
Laten we dit even in een perspectief plaatsen, want voor de meeste lezers is dit erg veel, omdat ze het vergelijken met hun persoonlijke kredietsituatie, of met die van hun bedrijf. Het is niet veel, aldus de altijd opgewekte Larry Lindsay, de economische adviseur van president George Bush, die in het artikel wordt geciteerd. “Het is”, wij citeren hier de heer Lindsey, “nothing.”
Dat is dus niet veel en het toont, voor wie weer vergelijken wil, hoe nietig wij zelf zijn. De heer Lindsey, die duidelijk een cursus Eenvoudig Samenvatten heeft gevolgd, komt tot zijn conclusie, omdat de bovengemelde som neerkomt op 1 à 2% van het Amerikaanse BNP van ongeveer tien triljoen dollar per jaar. Inderdaad, als je het zo bekijkt is daar iets voor te zeggen.
Kosten/baten berekening
Dit is, voor zover wij kunnen zien, de eerste keer dat op deze wijze een oorlog wordt ingeluid. In 1990 ging dat heel anders en ook bij eerdere conflicten ging het politieke debat, in de democratische landen althans, over de vermeende dreiging, over het nationale belang en sinds de Eerste Wereldoorlog en de verplaatsing van het nationale debat naar de Volkenbond en de VN, over bedreiging van de wereldorde of onze beschaving.
Nu heeft het geen zin om naïef te doen. Wij gaan er van uit dat oorlogen veroorzaakt worden door gekken – en wij gaan er voor het gemak van uit dat zowel Adolf Hitler als Saddam Hussein in deze categorie te rangschikken vallen – of door mensen die zichzelf om andere redenen schromelijk overschatten, maar dat er altijd een berekening aan vast zit.
Oorlogen worden veroorzaakt door haat en roofzucht, vooral roofzucht, door Grote Roofdieren. Saddam is zo’n Roofdier. Roofzucht is de reden, haat is slechts een middel. Haat is een element dat de Grote Roofdieren in staat stelt de massa mee te krijgen, kijk eens naar wat er in het voormalige Joegoslavië gebeurde, of in Somalië of in Rwanda.
Wie wat perspectief op het gedrag van Grote Roofdieren door de geschiedenis heen wil krijgen, moet Power & Greed – A short history of the world* van de Grieks-Canadese historicus, publicist en ex-officier Philippe Gigantès eens lezen. Wat deze keer treffend is, is het financiële element.
Ter illustratie, de Golfoorlog was heel goedkoop, althans vanuit het Amerikaanse standpunt. De Geallieerden deden mee, sommige Arabische partners hadden meer geld dan vechtlust en er werd veel Amerikaans materieel verkocht. De eerste financiële vraag is dus wat de oorlog kost.
De tweede is wat er op de beurs gaat gebeuren. Dat is, in tegenstelling tot de eerste, niets bijzonders, die vraag werd ook bij eerdere conflicten gesteld, bij elk conflict zelfs. De invloed van de meest recente gebeurtenis op ons collectieve denken is vaak bepalend voor onze gedachtegang, al dan niet terecht, net zoals op de beurs.
Die meest recente gebeurtenis is natuurlijk Afghanistan, of Kosovo, maar wat telt is juist de meest vergelijkbare, namelijk de Golfoorlog. Iedereen was toen bang voor de vorige, vergelijkbare gebeurtenis. Dat was Vietnam. Wat die conflicten met elkaar gemeen hebben, is dat ze militair wel gepland kunnen worden, maar uiteindelijk moeilijk te voorspellen zijn.
Dat maakt dit soort ingrijpende bewegingen beangstigend. De kop in de krant van vandaag is tekenend voor een bepaalde gedachtewereld binnen de regering Bush. De grafieken waar Van Dongen zijn bearishness aan ontleent geven een andere gedachtewereld weer, namelijk die van de beleggers. Die zijn, op zijn zachtst gezegd, een stuk voorzichtiger.
De bulls zullen antwoorden dat het publiek het altijd moeilijk heeft aan het begin van een conflict.
De geschiedenis toont echter aan, dat dat niet waar is. Soms is de publieke opinie klaargestoomd voor een gemakkelijke oorlog, denk aan de Eerste Wereldoorlog, of aan het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog.
In 1914 droegen de cadetten van de Franse militaire school St. Cyr nog felrode broeken op het slagveld en vertrokken de soldaten naar het front met een bloem in het geweer. Aan het begin van de Burgeroorlog reed het publiek met paard en wagen naar het slagveld van Manassas om zelf te kunnen zien, hoe de rebellen in de pan zouden worden gehakt.
Het is moeilijk de beurs te voorspellen, maar het voorspellen van een gewapend conflict is nog veel lastiger. Dat geldt ook voor de uiteindelijke kosten.
*“Power & Greed. A Short History of the World.”
Philippe Gigantès, Constable, London, 2002, £12.99.
Michael Kraland is vermogensbeheerder, beheert een beleggingsfonds en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Kraland handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.