Een weekendje plunderen zet aan het denken. Voor de pessimisten onder ons, voor wie de werkelijkheid telkens nog absurder blijkt dan de meest frivole verbeelding, zijn sommige hysterische reacties op de val van Saddam Hoesseins regime begrijpelijk.
Anderen hebben moeite met de breed geëtaleerde gevolgen van de laagdrempeligheid van internet, die blijkt uit discussies in de Inveztor.net Koffiekamer, het voornaamste en druk bezochtste forum van deze site.
In de discussie Beschaving betoogde een radicale vredesboodschapper dat de plundering van Bagdad een evenbeeld was van de situatie in de VS, waar moord en plundering ook dagelijks aan de orde zijn. Interessante redenering.
Open Maatschappij
Dezelfde pessimisten mogen zich desondanks gelukkig prijzen. Onze democratie versterkt zich niet alleen dankzij politiek debat op discussieforums, al dan niet van niveau, maar stelt ook boodschappers van bovenstaand kaliber in staat zich niet alleen zonder redactionele inmenging te uiten, maar ook om zich vrijelijk voort te planten.
Wie nog twijfelde aan het bestaan van de vooruitgang is nu gerustgesteld. Leve Darwin en de Open Maatschappij. Voor de goede orde, in onze ogen was de oorlog een tragedie en een bedenkelijke politieke stap, maar het had weinig zin om Saddam te verdedigen. Zijn val is de prettige bijkomstigheid van een riskante situatie.
Aan het eind van de dag waren er drie houdingen mogelijk. In Amerika was om allerlei redenen een door de regering Bush gestimuleerde vergeldingsactie voor 9/11 op gang gekomen en Saddam werd, om allerlei redenen, het doelwit. De Amerikaanse publieke opinie, een aantal regeringen en een minderheid van het publiek in ons land waren het daarmee eens.
Wie is verantwoordelijk?
Anderen maakten bezwaren tegen de nieuwe Amerikaanse doctrine van preventieve vergelding, vroegen zich af of er wel een verband was tussen Al Qaeda en Saddam en waren niet zeker van de mate van bedreiging, die van de Irakese dictator uitging. Ten slotte was daar een niet altijd even gemakkelijke, maar soms onnatuurlijke tegencoalitie.
Deze bestond uit Amerika-haters, emotionele vredelievenden, oprechte pacifisten, anti-globaliseringsgroepen, pro-Palestina activisten en extreem links. Nu wordt er geplunderd. Is dat de schuld van Amerika? Of wel de verantwoordelijkheid? Juridisch is dat zeker het geval, maar is dit niet oorlog? Zijn de Irakezen zelf ergens verantwoordelijk voor?
Voor hun archeologisch museum bijvoorbeeld? Wie plunderde dat? Hoe lang gaat dit duren? Was het daarvoor zoveel beter? Dit is een goed moment om de twee situaties met elkaar te vergelijken. We moeten daarbij oppassen voor de redenering die de neiging heeft Saddam af te schilderen als een vervelende man, maar de Amerikaanse agressie als iets ergers.
Over uitschot
Gelukkig mogen we ons dergelijke vragen stellen in onze Open Maatschappij. Hoe geheel anders onze magnetische dictator met de minste of geringste schijn van pluralisme wist om te gaan, lazen wij dit weekend in een interview met hoofd nieuws Eason Jordan van CNN in de International Herald Tribune.
Jordan reisde dertien keer naar Bagdad, om met regeringsfunctionarissen te onderhandelen. Zijn verhalen kon CNN niet publiceren, vanwege levensgevaar voor bronnen en medewerkers, waarvan een aantal spoorloos verdween. Bijvoorbeeld de 31-jarige Asrar Qabandi, wier misdaad er volgens Jordan onder andere uit bestond dat ze met CNN had gebeld.
De geheime dienst martelde haar twee maanden in het bijzijn van haar vader, tot ze haar schedel kapotsloegen, haar hersens eruit haalden en in een pot stopten en vervolgens haar lichaam aan stukken trokken. De ledematen werden thuis in een plastic zak afgeleverd. Zoals Jordan suggereert, komen er nu veel van dit soort verhalen boven water.
11/9
Of dit genoeg is om de vrede te winnen, lijkt ons twijfelachtig. Amerika is bezield van een missie – een constante in de Amerikaanse buitenlandse politiek sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. De regering Bush vertegenwoordigt een deel van de publieke opinie en heeft die tot nu toe goed weten te manipuleren, wat een meerderheid opleverde.
Zoals elke president is George Bush in dit stadium van zijn ambtstermijn, hoe cynisch dit ook moge klinken, bezig aan zijn herverkiezing. De tijd gaat snel. Er zijn nog geen wapens van betekenis in Irak aangetroffen. Wij twijfelen er niet aan dat Saddam ze had gemaakt of gekocht, als hij daartoe in staat was geweest.
Wie weet, worden ze alleen nooit gevonden en iedereen weet dat er naarstig naar gezocht wordt. Tot nu toe is de oorlog een geslaagde vertaling geweest van de natuurlijke zucht naar vergelding voor de gebeurtenissen van 11/9 en wij laten geen traan om Saddam. In wat voor situatie bevinden we ons nu en wat voor invloeden ondergaan de markten?
Ideologische waterscheiding
De sleutel bevindt zich in de handen van president Bush en het Amerikaanse publiek. De regering Bush heeft Amerika opgezweept tot een vergeldingsactie. Het testosterongehalte van de president, van zijn ministers en van de publieke opinie is daarbij aardig opgelopen, wat begrijpelijk is, maar wat de nodige gevaren inhoudt.
Zo is de overwinning op Saddam een militaire en voor de thuismarkt ook een morele en politieke zegen. Het is geen definitieve politieke overwinning voor de Republikeinen, daarvoor zijn de verkiezingen nog veel te ver weg en Al Qaeda functioneert nog steeds. In diplomatiek opzicht zijn er eigenlijk geen winnaars.
Amerika vervreemde zich van haar belangrijkste bondgenoten. Erger nog, de ideologische waterscheiding, die met de val van de Berlijnse Muur verdween, duikt nu in een nieuwe vorm op. Enerzijds Amerika en haar bondgenoten, waarover straks meer, anderzijds wat minister van Defensie Rumsfeld geringschattend, maar oprecht het “Oude Europa” noemt.
Capacité de nuisance
We laten hierbij voor het gemak de situatie in Azië buiten beschouwing. Daar speelt zich een ander spel af, waarbij China economisch aan het doorbreken is en ook politiek meer macht verwerft. Wij voorzien dan ook geen landing van de 101ste Parachutistendivisie in Tibet, al kan dat als bevrijdingsoorlog gemakkelijk worden gerechtvaardigd.
Amerika heeft het vermogen tot hinderen van president Chirac, wat de Fransen zo mooi capacité de nuisance noemen, onderschat en daarmee een breuk veroorzaakt binnen de Navo en met de recente anti-Al Qaeda bondgenoot Rusland. President Chirac heeft op zijn beurt de invloed van Frankrijk overschat.
Die overschatting is sinds het begin van de negentiende eeuw een constante in de Franse buitenlandse politiek. Chirac scoorde hiermee goed in het binnenland, hij vestigde zelfs records, maar dat was niet nodig. Hij was net door een ironische wending van de politiek met een door niemand voorziene meerderheid herkozen voor zijn laatste ambtstermijn.
Fataal
Chirac heeft zich vergist, hij heeft niets voor Frankrijk gewonnen, behalve dat zijn land wordt uitgesloten van de wederopbouw van Irak. De miljardenschulden van dat land aan Parijs vallen nu onder de speciale voorzieningen. Zwakkere Franse bedrijven die naar Amerika exporteren, bevinden zich in een crisissituatie.
Die kan fataal worden, als de situatie niet snel verandert. Gezien de denkwereld van Chirac en zijn minister van buitenlandse zaken Villepin ziet het daar niet naar uit. Zoals we vorig jaar bij de herverkiezing van Chirac zagen en zoals de opkomst en ondergang van de Pim Fortuynbeweging in Nederland aantoonden, kunnen politieke verhoudingen snel veranderen.
Soms bliksemsnel. Hetzelfde geldt voor Amerika. De regering Bush, die ideologisch stoelt op een kleine groep conservatieve haviken, ziet er over een paar jaar misschien heel anders uit. Niemand verdenkt de heer Bush ervan het allemaal zelf bedacht te hebben, hij ondergaat de invloed van zijn adviseurs.
Voor of tegen ons
Dat doet Bush nog meer dan eerdere presidenten en zeker meer dan zijn conservatieve voorganger uit de jaren tachtig Ronald Reagan. Die liet veel aan anderen over, maar bepaalde zelf in eenvoudige termen de grote lijn. De polariserende opmerkingen van president Bush “Wie niet voor ons is, is tegen ons” hebben de Amerikanen geïsoleerd.
De nodeloos schofferende opmerkingen van Rumsfeld over het “Oude Europa” deden de rest. Zelfs de Britse premier Tony Blair, hun trouwste en meest efficiënte bondgenoot, hebben ze daarmee in een moeilijk politiek parket gebracht. Als de afgelopen maanden een voorproefje waren van wat er komen gaat, stevenen we af op een nieuwe vorm van isolationisme.
In dit scenario intervenieert Amerika weliswaar preventief, maar isoleert het zich steeds meer van bondgenoten en slaat het steeds minder bruggen naar tegenstanders. Washington denkt zich dat te kunnen permitteren op basis van militaire en technologische superioriteit en het herwonnen zelfvertrouwen van de afgelopen drie weken.
Huifkarren in een cirkel
Geen bondgenoten meer? Geen probleem, we klaren het zelf. De huifkarren worden in een cirkel opgesteld, de Winchesters tevoorschijn gehaald en de domme Indianen met hun pijlen en bogen worden neergemaaid in naam van de vooruitgang, in dit geval richting democratie. Of het Midden-Oosten hier nu rijp voor is, mogen we hopen.
Of die hoop realistisch is, blijft de vraag. In plaats van een Pax Americana zal Amerika zich dan steeds meer opstellen als de supermacht, die weigert aan met grote moeite tot stand gekomen initiatieven, zoals Kyoto en het Oorlogsmisdadentribunaal, deel te nemen en ook op andere gebieden haar bondgenoten niet serieus neemt.
Een belangrijk verschil met vroeger. Denk aan de Suezcrisis in 1956. De VS dwongen toen via de Veiligheidsraad Engeland, Frankrijk en Israël tot terugtrekking. De interventie was gericht tegen het Egypte van Nasser, die qua inspiratie bronnen met Saddam gemeen had. De echo van die ervaring klinkt nog na in de Franse houding ten opzichte van de VS.
Democratie, dollar, depressie
Een democratische wereld is een betere en veiligere wereld, maar het blijft de vraag in hoeverre democratie van boven opgelegd kan worden. Indigestie leidt weer tot nieuwe instabiliteit en als we de balans opmaken, zien we dat de wereld de afgelopen maanden er alleen maar risicovoller op is geworden.
We hadden een crisis op de financiële markten en de dreiging van recessie. Voorlopig is alleen langzamere groei werkelijkheid geworden, maar de angst voor erger is groot. Het spook van de double dip en zelfs depressie is nog steeds levensgroot aanwezig. Nu zijn daar een aantal nieuwe factoren aan toegevoegd.
Amerika heeft tussen de 75 en 100 miljard dollar uitgegeven aan de oorlog. In tegenstelling tot de vorige Golfoorlog, die hoofdzakelijk door bondgenoten werd gefinancierd, komt het bedrag deze keer uit het Amerikaanse defensiebudget en uit een extra toelage voor de oorlog. Wat de rekening voor de vrede bedraagt, weten we nog niet.
Debet en credit
Als die rekening proportioneel is aan de ambities van de regering Bush, dan kan dat bedrag aardig oplopen. De hele som komt uiteraard bij het Amerikaanse tekort, dat snel groeit na het overschot in de Clinton-jaren. De economie loopt terug en de regering slaagt er ongetwijfeld in een deel van haar belastingbesparingen te verwezenlijken.
Schulden zijn geen probleem voor de machtigste economie ter wereld, zolang er maar vertrouwen is. De vraag is daarom wat er aan de debetkant van de neoconservatieve balans komt te staan. Aan de creditkant hebben een opgeruimde Saddam en een geslaagde militaire oefening. Alle wapens en technologieën deden het.
Aan de debetkant zien we groeiende Arabische rancune en frustratie bij de bondgenoten. Bovendien moet Irak worden herbouwd. Het land is failliet, met een schuldenlast die een veelvoud van het bnp bedraagt. Tijdens de recente ontmoeting tussen Bush en Blair was de houding van de laatste in feite een geschenk uit de hemel voor de Amerikanen.
Isolatie
Blair bewoog Bush tot matiging en supranationale samenwerking. Tegelijkertijd zijn de Amerikanen alle vertrouwen in VN kwijt en is de houding van de Amerikaanse president van de Wereldbank, James Wolfensohn, in een vorig leven een succesvol zakenbankier en zeker geen aarzelende bureaucraat, een teken aan de wand.
Wolfensohn eist een stemming van zijn raad van bestuur, voordat de Wereldbank zich met een nu door Amerikanen bestuurd Irak bemoeit. Als de huidige regering haar wil doorzet, kan ze wel eens helemaal alleen komen te staan. Vanuit het oogpunt van Chirac, kanselier Schröder of president Poetin lijkt dat misschien een overwinning.
Voor de markten kan zo’n situatie alleen ernstige gevolgen hebben. Isolatie van Amerika kan gepaard gaan met verlies van vertrouwen in de dollar. Het Amerikaanse tekort loopt op en wij zien daar op de korte termijn geen verandering in komen, tenzij de Amerikaanse economie na een succesvolle afsluiting van Irak duurzaam opveert.
Voetzool
Dat is mogelijk en zo’n scenario kan zelfs goed onderbouwd worden, maar we kijken in deze column vooral naar de risico’s voor de markten en we hopen niet op meevallers. Eén van de zonden van Saddam was dat hij zijn olie-export in euro’s afwikkelde en niet meer in dollars, zoals Opec zich verplicht heeft te doen.
Dat was een represaille, die op het niveau stond van het mozaïek bij de ingang van een hotel met het gezicht van George Bush sr. De ergste belediging in Irak is iemands gezicht met de voetzool te bewerken. Zelfs het laten zien daarvan is niet hoffelijk, zodat u nu ook weet waarom Arabische leiders er tijdens fotosessies zo raar bijzitten.
Geen voetzolen betekenen geen gekruiste benen. Zonder voetzolen wordt de dollar dan ook de Achilleshiel van Amerika. Hoewel de Amerikaanse economie veel flexibeler is dan die van het Oude en het Minder Oude Europa, is het niet erg voorzichtig om de hele wereld tegen de dollar in het harnas te jagen.
Capitulatie
Als de euro de reservevaluta wordt, kan het een groot probleem worden om het Amerikaanse tekort te blijven kunnen financieren tegen de huidige lage prijs. Dat betekent voor de VS hogere rentelasten op de begroting en voor particulieren en bedrijven komt het neer op stijgende rente. Dat is een scenario waarin niemand als winnaar tevoorschijn komt.
Groeiende onzekerheid, in de context van een zwakke internationale economie, die wat Europa en Japan betreft op de been wordt gehouden door de bestedingen van de Amerikaanse consument, is geen aantrekkelijk scenario. Of dit de invalshoek is van de regering Bush lijkt twijfelachtig. De risico’s zijn er alleen maar groter op geworden.
Er is geen reden om aan te nemen dat we, bij weerkerende rust in Irak, in de komende periode niet een lente- of zomerrally in aandelen beleven, vooral in Europa, dat veel meer heeft moeten inleveren dan Amerika. De huidige situatie kan ook uit de hand lopen. De bearmarket is, ondanks het groeiende aantal afhakers, waarschijnlijk nog niet voorbij.
Al is het maar, omdat er nog geen echte capitulatie is geweest. Bearmarkten worden gekenmerkt door heftige hausses. De oorlogsrally gaf ons een voorproefje, wie weet was dat slechts de eerste stap, maar pas op, want er kan nog een trein komen. Het blijft gevaarlijk om het hoofd uit het raam te steken.