Er heerst flink onbegrip over hedge funds. Tijdens ons verblijf in New York ontbeten wij met twee heren van een bekende bank in Amsterdam, die toevallig ook in de stad waren. Zij voor hun cliënten, wij voor hedge funds. Het gesprek ging daar al snel over, want we merkten dat er ook bij professionals in Nederland weinig ervaring is opgedaan met de werkwijze van de Alternatieve Beheerders (een kalmere term voor hedge funds en wat daar omheen gebeurt). Zie ook: De vlucht naar hedge funds (I).Iedere zichzelf respecterende bank heeft tegenwoordig een hedge fund desk. Dat komt doordat hedge funds vaak de beste klanten zijn. Particuliere beleggers verhuizen naar internet, gezapige maar vermogende beleggers handelen nauwelijks, instituten drukken de prijzen. Hedge funds daarentegen zijn bereid ouderwets goed te betalen voor informatie en handelen soms veel. Niet dat ze dat altijd via hun brokers zullen doen, ze hebben zelf traders in dienst die het minstens even goed kunnen . Nee, ze zijn bereid te betalen voor een goede briefing of analyse. Ze willen graag een first call.Zo kan het komen dat de achttotvijvers (dit is een relatief begrip, er wordt vanaf vroeg ’s ochtends hard gewerkt in die huizen) de normale klanten bedienen en de echt handige jongens met de hedge funds praten. Niet alleen brengt dat meer op, je leert er ook leuke mensen kennen. Hedge fund-managers, ook wel hedgies genoemd bijvoorbeeld. Wie weet is dat de volgende werkgever. Of, we hebben het ook al vaak gezien, na een paar jaar goed kijken begint de talentvolle jonge broker zelf een fonds, met zijn of haar partners.Het hoeft niet eens om aandelen te gaan, want het is een misverstand te denken dat hedge funds de hele dag long/short-aandelen zitten te spelen. Fondsen die dat doen, en die dus ook meestal een zogenaamde long bias hebben, omdat ze structureel long de markt zitten, maken ongeveer de helft van de sector uit.Het eerste hedge fund, opgezet door een talentvolle financiële journalist genaamd Jones, in de jaren vijftig, was natuurlijk een long/short-fonds. Jones vond financiële analyse leuk, maar vond dat op-en-neergaan van de markt maar lastig. Zonder het te weten werd hij daarom de uitvinder van het Jones Model, een term die nog steeds gebruikt wordt.In zo’n fonds koopt de beheerder -laten we aannemen dat hij sector neutraal wil blijven- een aandeel Ahold. Vervolgens short hij Laurus. Daar krijgt hij weer geld voor dat hij mag gebruiken, waardoor een hefboomwerking ontstaat. Zijn zogenaamde prime broker, die zijn posities consolideert en de trades van de andere brokers waar de beheerder mee heeft gehandeld administratief verwerkt, houdt de posities bij. Als de beheerder sterk in zijn schoenen staat, gebruikt hij nog meer leverage. Hij leent geld van de prime broker, die zijn posities kent, en handelt nog meer. Als hij gelijk krijgt en Ahold stijgt terwijl Laurus daalt, is de winst aanzienlijk. Daalt de AEX maar blijft Ahold -toch een degelijke vluchtheuvel- goed weerstand bieden, terwijl Konmar Laurus parten speelt, dan is hij er in geslaagd een goede prestatie te leveren terwijl de markt inzakt. Interessant, maar sinds de uitvinding van het Jones Model -het liep goed met Jones af, hij had veel succes, de zaak liep pas veel later uit de hand- is er veel gebeurd. Er zijn naar schatting een stuk of 6000 hedge funds. We kunnen ook steeds meer verschillende categorieën onderscheiden. Vijfentwintig? Meer? Er gaan er weinig af en er komen er steeds meer bij.De convertible-markt wordt volledig gedomineerd door de convertible-arbitrageurs van de hedge funds. Convertibles worden gehandeld door de hedge funds -die dan tegelijkertijd het aandeel shorten- en ze worden op de markt gebracht voor de hedge funds. De hedgies hebben daar speciale programma’s voor die vrolijk voortzoemen op hun UNIX-werkstations. Dat moet wel, want je moet voor blijven liggen op de buurman, die ook zo’n programma heeft en ook zo’n UNIX naast zijn Bloomberg heeft staan.Vanmiddag kregen we net de laatste cijfers over juni binnen. Toch nog een goede maand, blijkt nu, want de CSFB/Tremont-index steeg 0,6%. De zwakkere performance in één van onze fondsen bleek dus niet een algemeen fenomeen te zijn. Ons fonds is marktneutraal en bestaat hoofdzakelijk uit niet-directionele traders. Veel mensen die met wiskundige formules werken om oneffenheden in de markt weg te arbitreren en trends te ontdekken voor het blote oog ze ziet, dit alles terwijl ze constant gedekt zijn tegen een marktbeweging. Dit is het domein van de jongens die handig met cijfers zijn, de Quants.This, too, shall passWij zeggen dat tegenwoordig vaak in onszelf, wanneer we naar de aandelenmarkten kijken. Wij zeggen het nu tegen u. Hoewel de hedge fund-wereld onbekend en mysterieus blijft, herinneren de meeste gewone krantenlezers onder ons zich nog goed de déconfiture van Julian Robertson. Robertson was jarenlang, met George Soros en Michael Steinhardt, één van de drie ongekroonde koningen van de Global Macro-spelers. Robertson’s Tiger Fund, Soros’ Quantum Fund en Steinhardt’s fonds -gewoon met zijn eigen naam erop- beheerden elk miljarden. Steinhardt hield er als eerste een paar jaar geleden mee op. Hij was rijk, succesvol en hij had er genoeg van.Vorig jaar, tijdens de Nasdaq-hausse, gooiden zowel Soros als Robertson diep teleurgesteld de handdoek in de ring. Soros’ fonds had -via zijn tot dan toe talentvolle manager Stanley Druckenmiller- technologie geshort terwijl tech steeg, en zat long toen Nasdaq crashte. Hij kreeg er genoeg van en sloot. Robertson was wat toen nog de Oude Economie heette trouw gebleven. Zijn verliezen liepen steeds verder op. Hij sloot ook. Beide heren besloten alleen nog maar hun privé-miljarden te beheren, zonder druk van ontevreden klanten. Druckenmiller verliet Soros en startte Duquesne, zijn eigen hedge fund. Soros verklaarde dat hij de markt niet meer begreep en dat de wereld te gevaarlijk werd. Hij concentreert zich op zijn filantropische werk en gebruikt daar nu zijn miljarden voor. Robertson sloot.Nu, een jaar later, is er één punt dat opvalt wanneer we de laatste scores bekijken. Goed, de categorie Distressed* blijft het goed doen. Iedereen wil Distressed, maar er zijn niet zoveel spelers, dus het loopt storm. Die fondsen, een relatief kleine categorie, gaan dus snel dicht. Er is teveel geld. Die performance kunnen we beter niet meer najagen. Nee, het meest opvallende is dat de winnende categorie dit jaar de Global Macro-beheerders zijn. Die waren toch uitgespeeld, sinds vorig jaar? Helemaal niet. Ze zijn weer terug en ze zijn ruim 11% omhoog. This, too, shall pass, inderdaad, maar ook: Stay in the game.*Distressed Securities: deze beheerders beleggen in papier waar het niet zo goed meer mee gaat. UPC-obligaties, Fokker en andere bedrijven met uitstel van betaling of in staat van faillissement. Het is een zeer gespecialiseerd vak, op de grens van bedrijfsrecht en vermogensbeheer.
Inveztor.net, 18 juli 2001