In het oktobernummer van Quote schreven wij een column waarin wij betoogden
dat het niet zoveel uitmaakte wie de Amerikaanse verkiezingen gaat winnen,
zolang het maar een Amerikaan is.
Ons idee was dat, als het bijvoorbeeld een Noord-Koreaan was, dat bearish
zou zijn. Natuurlijk waren we, in de hitte van ons betoog, vergeten te vermelden
dat we ook graag een Republikeins huis zouden zien als Gore gekozen wordt (het
mag ook de Senaat zijn) en vice versa mocht Bush winnen.
Voor alle duidelijkheid, wij zijn niet van mening dat deze twee kandidaten
economisch lood om fiscaal oud ijzer zijn, integendeel. Bush is
voorstander van Big Business, Big Pharma en Big Oil, Gore is een voorstander van
Big Government en denkt aan het milieu. Bush komt over als een
vederlichtgewicht. Dat is zeer verontrustend, wanneer we er rekening mee houden
dat hij getraind, gebriefd en gecoached wordt door één van de beste teams ter
wereld.
Indien dat niet het geval zou zijn geweest zou de heer Bush ongetwijfeld
door de mand zijn gevallen als de Goofy van deze verkiezing. Met de heer Gore
liggen de problemen hoofdzakelijk bij zijn Clinton erfenis en – maar dit laatste
slechts in onze ogen – in de gedachte dat hijzelf en mevrouw Gore beter weten
wat goed voor Amerikanen is dan die arme mensen zelf.
Beide kandidaten hebben natuurlijk één nadeel dat nog veel groter is dan
onwetendheid, huichelachtigheid, oneerlijkheid en betweterigheid. Zij willen
graag president worden, dat is het probleem.
Dat is natuurlijk faliekant verkeerd. Welke eerbare persoon wil aan zo’n
maskerade meedoen? Zouden Jefferson of Lincoln zich vandaag kandidaat stellen?
Wij wagen het te betwijfelen.
De sympathiekere kandidaten – wij waren al verbaasd dat er zo iemand naar
voren kwam – zijn geëlimineerd. Resten de twee outsiders, een rechtse rakker en
een apostel. Het is dus belangrijk dat de oppositie één van de Huizen van het
Congres in handen krijgt. Dan kan de president zo min mogelijk gedaan
krijgen en dat is goed, lijkt ons.
Volgens James K. Glassman, co-auteur van het boek “Dow 36000” moeten we
oppassen. Glassman, wiens vorig jaar verschenen boek nu wat minder actueel is,
komt uit de Republikeinse hoek en is dus vooral bang voor Gore.
In een artikel in de Wall Street Journal van 22 september zette hij uiteen
waarom. Die redenering is de moeite waard, wij hadden even tijd nodig om er aan
te wennen, zo verbazend vonden wij de redenering.
Amerikanen moeten oppassen voor Gore, aldus Glassman, omdat hij tegen Big
Tobacco, Big Oil, Big Pharma en de Grote Vervuilers is. Dat is slecht, schrijft
Glassman, want de aandelen van de bedrijven die onder deze noemers vallen zitten
in de portefeuilles van de Amerikaanse middenklasse. Die bedrijven moet dus
niets in de weg gelegd worden.
Waarom stemmen voor een kandidaat die ons gaat verarmen, vraagt Glassman
zich af. Dat lijkt ons een al even kromme redenering als het verhaal over de
verdwijning van de risico-premie die als grondslag diende voor het verhaal over
de Dow op 36000.
Interessanter is de meting die Glassman verricht om eens te kijken naar de
gevolgen van een scheiding van de wetgevende macht voor de beurs. Hij zet de
periodes met een President en beide huizen van het Congres van dezelfde partij
af tegen de periodes waarin de uitvoerende en wetgevende macht bij twee partijen
rustten.
Hij deed dat over de laatse 24 jaar. Dat zijn zes regeringsperiodes en
hoewel we er moeite mee hebben dit resultaat voor statistisch significant aan te
zien is het toch frapperend. Glassman komt uit op een stijging van de Dow van
2,3% bij een één partijencombinatie en op 23,8% bij een verdeling van de macht.
Helaas kan hij het niet laten en vermeld hij erbij dat als vanaf 1976
dezelfde partij zowel de uitvoerende als de gehele wetgevende macht in handen
had gehad, de Dow nu 1665 zou staan. Het Extrapolatie-Virus heeft weer
toegeslagen.
Ons geloof in de gaven van de Amerikaanse regering is groot. Hoe krom de
redenering van de heer Glassman verder echter moge zijn, wij zijn het met hem
eens dat, hoe minder zo’n regering kan doen, hoe beter het is. Behalve in tijden
van oorlog natuurlijk.
Wanneer was het ook weer voor het laatst vrede ?