Het Van Dongen jaar

Het afgelopen jaar was het Van Dongen jaar. Ten eerste was daar de prachtige Van Dongen tentoonstelling in Martigny, Zwitserland. Dat betrof Kees, de schilder. Frank van Dongen oogstte eindelijk welverdiende lauweren met zijn voorspelling van de AEX-eindstand.

De echte prestatie van Van Dongen was meer dan de correcte voorspelling van de eindstand. Waar het echt om ging, was dat zijn methode werkte. Van Dongen verdiende voor zijn lezers geld in een bearmarket.

Wat werkte was zijn aanpak: hij zat niet in goud of andere grondstoffen, belegde niet in Rusland en was niet long de index van Zimbabwe. Dat land, nuttig maar niet noodzakelijk om te weten, deed het goed.

Haatmail en verkettering
U vraagt zich af, het beleid van president Robert Mugabe kennende, hoe dat kan? Wij zijn geen experts, maar de vraag is intrigerend. Daarom hebben we even gekeken. Zimbabwe kende een bullmarket, omdat al het andere in het land, cash, obligaties, onroerend goed, agrarisch land en wat dies meer zij, minder interessant was.

Van Dongen zat het grootste deel van het jaar goed en had correct ingeschat waar de markt naar toe ging. Dat is iets anders dan een pijltje gooien naar de indexstand. De echte les die we van Van Dongen kunnen leren staat dagelijks in zijn columns. Lees ze, volg ze als ze u aanspreken, of volg een andere columnist.

In zijn column over haatmail (zie: Kerstboodschap) merkte Van Dongen zelf op hoe raar lezers kunnen reageren. Dan wordt de ene columnist weer voor rotte vis uitgemaakt, dan weer wordt de andere verketterd. Meestal wordt de agressiviteit van de lezer geprikkeld. doordat de betreffende schrijver een iets andere mening is toegedaan.

Zo kreeg Jacques Potuijt dit jaar de volle laag van de bears. Potuijt was optimistisch, ongetwijfeld te vroeg, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van zijn analyses, die zeer de moeite waard zijn. Zo had Van Dongen de index verkeerd kunnen inschatten en toch een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Alleen was die dan niet op waarde geschat.

Bulls, bears en criminelen
Een minderheid, zij het dan een roerige en luidruchtige minderheid van onze lezers, wordt verblind door een hardnekkig misverstand. Laten we dit misverstand het Goeroe-complex noemen, dat maakt het wat gemakkelijker. Lijders aan het Goeroe-complex denken dat de beurs, schematisch, als volgt in elkaar zit.

De beurs is een plek waar je heel veel geld kunt verdienen. Dat geld komt ons, zo denken onze vrienden, ook toe. Het is niet zo moeilijk. Je vindt gewoon een gratis site, liefst de grootste en bekendste van het land en je kijkt wat ze zeggen. Vervolgens pas je een aantal van die adviezen toe en presto! We zijn rijk.

Het kan ook zijn dat dit niet direct gebeurt. Dan maak je de betreffende columnist uit voor alles wat naar en lelijk is. Wij zijn niet in staat mensen van deze waanvoorstelling te genezen. De ziekte is te hardnekkig en te wijd verspreid. Wij kunnen slechts constateren, de verwensingen proberen te negeren en plezier in ons werk proberen te houden.

Soms gaat het te ver, zoals een lezer die ons op 31 december collectief voor criminelen uitmaakte. De aard van onze misdaden specificeerde hij niet nader, maar ze bestond voor een deel daaruit dat we actief waren in de financiële sector en voor een ander deel uit het niet altijd gratis correct voorspellen van de richting van de beurs.

Marathonlopers en nieuwkomers
Wij moeten hier mee leven. Dat aanvaarden we. Het kan erger, wij zijn blij dat we geen mijnwerkers in Rusland zijn, of goudgravers in Brazilië. Gelukkig zijn er ook anderen, degenen die het ook dit jaar weer voor ons de moeite waard gemaakt hebben. Dank aan ons alerte, gemotiveerde en intelligente publiek.

We kregen dit jaar weer talloze goed onderbouwde, intelligente commentaren van lezers. Uw bijdragen en commentaren worden geapprecieerd. Bij de laatste Inveztor.net-borrel keken we wie er, na bijna vier jaar Inveztor.net, nog over waren van het originele team. Van het columnistenteam van het eerste jaar, 1999, zijn alleen Van Dongen en Corné van Zeijl nog actief.

Hulde aan deze marathonlopers. Van de oprichters ben ik als enige nog bezig met onze geliefde site, maar daar staat tegenover dat er uitstekende schrijvers zijn bijgekomen. Lukas Daalder, Marcel Tak, Leon Hillen alias Onno en Jacques Potuijt waren dit jaar in topvorm. Frans Gunnink en Peter van Kleef maakten onze succesvolle specials.

De TA-sectie wordt druk bezocht. Rik Smit kijkt verder dan alleen beleggen en scoort met financiële planning. Remco Vinck opent de onroerend goed wereld voor ons en met goud waren we vanaf het begin van de huidige hausse paraat, met zowel de Hoeksche als de Kabeljauwsche visie op deze markt, middels Hennie Rijnbeek en Willem Middelkoop.

Balans
Inveztor.net gaat na drie jaar bearmarket haar vijfde jaar in. We hopen dat dit het eerste jaar wordt, waarin we winst maken. Als markten niet teveel tegenzitten, dus als Van Dongens voorspelling voor 2003 niet uitkomt, kan dat. Inveztor.net is in Nederland veruit de leidende verschaffer van beursinformatie op internet. Er kan veel verbeterd worden en we zijn er mee bezig.

Uw suggesties zijn, zoals altijd, welkom. Als Inveztor.net financiëel gezond wordt, is dat voor een belangrijk deel te danken zijn aan de inzet van een dynamisch team, dat u nooit ziet: Ies Jaspers, Eric Visser, Martijn Arnold, Niek den Tex Arend Jan Kamp en Trilab zijn de wheelers & dealers, die in een catastrofaal slechte markt onze positie dag in dag uit versterken.

Ik dank allen die ons geholpen hebben ook het afgelopen jaar niet alleen te overleven, maar ook ons goede humeur te behouden. Dit jaar wordt het jaar van de waarheid.

Michael Kraland woont in Parijs, is vermogensbeheerder in Amsterdam en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Hij handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.

D-Day

Het belastingplan van president George Bush werd op de beurs met een denderend schouderophalen ontvangen. De consensus is dat de fiscale bevrijding van dividenden niet veel uitmaakt. Het rendement van de S&P 500 is 1,8%.

Wij denken dat dit plan het eerste goede idee van de president is, al doet het op de korte termijn inderdaad weinig voor de stimulering van de economie. Dit is de reden waarom we positief zijn over dit plan.

Het dividendplan is niet zomaar door de president uit de hoge getoverd (zie Frank van Dongen: Feest compleet en Corné van Zeijl: Belastingblooper Bush). De proefballonnen werden de afgelopen zomer door anderen al losgelaten.

Dividend essentieel
Wie goed de krant las, iets dat we zomers met nog meer genoegen doen dan ’s winters, omdat het langs het zwembad, of bij het ontbijt, zittend met de eerste espresso naast een klaterend fonteintje zo lekker wegleest, zag in augustus een mooi opiniestuk van drie vooraanstaande Amerikaanse professoren in de Wall Street Journal.

Jeremy Siegel, auteur van Stocks for the Long Run, was er één. Henry Kaufman, de vroegere Dr. Doom van Salomon, schreef erover. Ed Yardeni besprak het fenomeen. Ze waren allemaal voor. Tenslotte zagen we in augustus een stuk van Arthur Laffe. Laffer, de econoom achter de belastingverlagingen van president Ronald Reagan, was uiteraard ook voorstander.

Als we teruggaan in de tijd, vinden we meer voorstanders. Wat dacht u van Benjamin Graham, de grondlegger van de moderne financiële analyse? Graham vond dividend essentieel. Hij schreef zijn voornaamste werken in de jaren dertig. Een wereldoorlog en een welvaartstaat later waren dividenden verdwenen.

Groei versus value
Dubbel wegbelast raakten dividenden uit de mode, terwijl daarvoor aandelen juist meer rendeerden dan obligaties, omdat ze als riskanter werden gezien. Dat culmineerde in het jaar 2000 in de voorspelling van James Glassman dat de Dow Jones in 2005 de 36.000 bereikt. Wij doen niet graag voorspellingen.

We schreven toen dat dit niet waarschijnlijk was en vandaag denken we dat nog. Al hoef je daar nu niet zo creatief voor te zijn om het je te kunnen voorstellen. Gelukkig gaven de financiële markten, altijd reactief, ons iets terug voor het verdwenen dividend. Wij kregen het groei-aandeel. Niemand had er om gevraagd.

Het leek alleen een leuk idee en de groei-aandelen, de zogenaamde growth stocks met als tegenhanger de ouderwetse value stocks, die vaak wel degelijk dividend betaalden, hadden meteen succes. Het idee achter groeiers is zo simpel dat het verbazend lijkt dat niemand er eerder op was gekomen.

Kennedy en Drees
Groei-aandelen werken als volgt. Het bedrijf keert weinig of geen dividend uit. Dat is efficiënt, want dividend wordt twee keer belast, één keer bij het bedrijf en vervolgens bij de ontvanger van het dividend, de particulier. In de jaren vijftig, begin jaren zestig, want over die periode hebben we het nu, was de particulier een belangrijke factor op de beurs.

Institutionele beleggers waren een modern, opkomend fenomeen en Yab Yum bestond nog niet. Wat hebben John F. Kennedy en Willem Drees, de Oude Drees, de vader van onze welvaartstaat, die als eerste minister op de fiets door Den Haag reed, met elkaar gemeen? Beiden presideerden over een ongehoord hoge belasting van particulier inkomen.

Veel mensen zijn vergeten dat de VS aan het begin van de jaren zestig een bijzonder hoge belastingdruk voor particulieren hadden. In Nederland werd dividend, tot voor kort, progressief belast. Dat betekende dat, afhankelijk van de periode waar we naar kijken, particulieren tot 80% van hun dividend kwijt konden raken aan de directe belasting.

Go-Go
Indirect was het meer, want er werd eerst nog VPB over geheven bij het bedrijf. Het is begrijpelijk dat financiële stromen een andere richting zochten, omdat de staat de voornaamste component van het rendement op aandelen effectief in beslag genomen had. Daardoor was het efficiënt om geen dividend te betalen.

De opbrengst investeerde het bedrijf in groei van de bestaande business of in nieuwe affaires. Terug naar de eerste helft van de jaren zestig. Whisky was in de mode. De drank, die zo lekker smaakte dat je hem eerst moest leren drinken, was met de GI’s meegekomen na de oorlog en raakte in de mode. Nachtclubs heetten Whisky à Go-Go.

Go-Go-danseressen maakten hun entree en zo ook de zogenaamde Go-Go stocks. Eén van de problemen van de promotors van groei-aandelen was, dat het niet altijd even eenvoudig was een business te vinden, waarin de cashflow op rendabele wijze in herbelegd kon worden. Gelukkig stond en staat Wall Street voor niets.

Goed fout
In de jaren zestig zagen we een spectaculaire opkomst van de conglomeraten. ITT was bekend en werd later berucht door haar rol in Chili (het tegenwoordige Alcatel nam een groot deel van de telefoonactiviteiten over). Namen zoals Gerry Tsai, de wonderbelegger die indirect een voorganger was van Sandy Weill’s Citicorp via Travelers, was de ster.

De nieuwe rol van bedrijven was niet meer het uitkeren van dividend, maar het herbeleggen daarvan. Indien dat niet kon in, wat we nu de kernactiviteit noemen, dan via een conglomeraat. Dat ging goed tot het verkeerd ging. In 1970 waren veel van de groeiers, de conglomeraten, de computerlease bedrijven en de mode-aandelen van toen, 80 à 95% naar beneden.

Dat was nog voor de crash van 1973, die een bearmarket inluidde die tot 1982, het begin van onze bullmarket, duurde. Wat ging hier verkeerd? De markt raakte oververhit, de economie kreeg te maken met Vietnam-inflatie, vervolgens stagflatie en een olieschok. Er bleken grenzen aan de groei te zijn, zo verklaarde de Club van Rome.

Overheid en privé
Groei was fout, voorbij en onder andere dankzij ITT in Chili, verdacht, rechts, gevaarlijk en verwant aan de CIA. Wij kijken er wat anders naar. Er zijn twee sectoren in de economie: de overheid en de privé sector. Vandaag denken we dat de overheid moet afbouwen en alleen kerntaken moet vervullen. Dat moet overigens iedereen. Kerntaken en niets anders.

Dit idee kwam nog niet zo lang geleden op via de Harvard Business Review, vroeger waren er geen kerntaken, of ze waren er wel, maar we wisten niet dat ze er waren. Vroeger hadden we Management, management als specifieke vaardigheid, gepopulariseerd middels de briljante denker Peter Drucker, die nu dik in de negentig is en nog steeds voorop loopt.

Goed management, zo dachten conglomeraten, kon overal worden toegepast en leidde tot een concurrerende voorsprong op degenen die ouderwets waren. Met kerntaken bijvoorbeeld. Zo kon het dividend nuttig aangewend worden door een portefeuille aan zaken op te bouwen en die naar de beurs te brengen, waar het geheel meer waard was dan de onderdelen.

Geen keuze
Tegenwoordig wordt daar weer anders over gedacht en kennen we het begrip portefeuille discount: een conglomeraat is bijna altijd minder waard dan de som van de onderdelen. De particulier had dus geen keuze meer: of zijn dividend werd opgeslokt door de overheid, of door de bedrijven zelf.

We denken tegenwoordig allemaal dat de overheid niet de meest efficiënte besteder is van ons geld; we denken dat we dat zelf beter kunnen. Wanneer dividend werd ingehouden door bedrijven, die vonden dat zij de juiste economische agenten waren om die dividenden goed te besteden, hadden we daar vrede mee.

Wat leert ons de recente geschiedenis en de meest ongekende hausse in groei-aandelen, die in maart 2000 tot een eind kwam? Eenvoudig: ook de privé-sector is niet altijd efficiënt in het besteden van de vrije kasstroom van haar operaties. Het management van groeiende bedrijven, al dan niet conglomeraten, heeft de neiging inderdaad al het besteedbare geld ook te besteden.

Back to the future
Tussen de bedrijven door worden die managers belaagd door zakenbankiers en die hebben maar één boodschap: laten we iets leuks doen op de beurs, een emissie van aandelen, obligaties of convertibele obligaties, zodat jullie nog meer kunnen uitgeven in naam van het bedrijf. Dat is in het belang van alle spelers, reken maar na.

De zakenbankier krijgt flinke commissies voor zijn creatieve inbreng. Het management wordt beloond via opties en op basis van de omvang van het bedrijf, een big cap betaalt zijn directie meer dan een small cap. We kunnen ook een stapje terug doen naar de beleggingsfilosofie van Graham, de grondlegger van de school van value-beleggers.

Value is het omgekeerde van de growth- filosofie en de beurs bevestigt die visie. In de periode voor de top van de Nasdaq in maart 2000 lieten value beleggingen een sterke underperformance zien, terwijl groei-aandelen het goed deden, zoals we weten. Vervolgens kregen we te maken met een sterke outperformance van value.

Barrière verdwenen
Deze stijlveranderingen spelen al jaren en om deze reden worden fondsbeheerders dan ook in de eerste instantie gerangschikt als growth- of valuebeleggers. Beleggers die puur op Nederland zijn gericht, voelen dit onderscheid minder. De Nederlandse markt is klein en daarom kun je minder gemakkelijk uit de voeten met één stijl.

Value beleggers zijn van nature wantrouwig. Dividend past goed bij wantrouwen. Dividend betekent dat het management, dat net zo hard gewantrouwd wordt als de overheid, elk jaar, liefst twee keer per jaar of vaker, cash moet ophoesten. Dan kan de belegger zelf beslissen wat hij met die cash wil gaan doen.

Dankzij de maatregelen van de overheid kreeg het management de kans zich de beslissing over die kasstromen toe te eigenen. Als de dividendmaatregel van president Bush er toe leidt dat de beslissing over de herinvestering van de kasstroom weer ongehinderd bij de belegger terecht komt, kunnen we concluderen dat er een barrière is verdwenen.

Wantrouwen
Op zich is dat goed, want zo worden er beslissingen genomen die zuiverder zijn.

We wantrouwen de vaardigheden van de overheid met betrekking tot onze dividenden.
We wantrouwen de motivaties en resultaten van veel – maar niet alle – directieteams, wat betreft de herinvestering van de kasstroom van de ondernemingen waar we in beleggen.
We wantrouwen onszelf natuurlijk ook, maar het voordeel van het afschaffen van dividendbelasting is dat we wat de herbelegging betreft voortaan alleen onszelf iets kunnen verwijten.

Nu is het wachten op dezelfde maatregel in Europa. Wat ons betreft, kunnen we vandaag nog beginnen.

Michael Kraland woont in Parijs, is vermogensbeheerder in Amsterdam en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Hij handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.

Handel en wandel

Wanneer niemand er iets over wil zeggen, weet je meteen dat het niet goed zit. Er zit, zo lijkt het ons, iets niet goed met de huidige voorkenniszaken: de Veer Palthe Voûte (VPV) affaire en de nieuwe zaak Willem Burgers, die sinds dinsdag speelt.

Sinds de operaties Clickfonds en de voorkennisaffaire rond handel in Wessanen is justitie weinig opgeschoten. Clickfonds ging spectaculair van start en luidde het einde in van een bepaalde manier van handelen.

Niet alleen verhuisde de beurs van vloer naar scherm, ook Yab Yum verdween als handelsvloer. In financiële kringen is de consensus dat Clickfonds een heilzame werking had, ondanks dat het nauwelijks tot formele veroordelingen is gekomen.

Robeco-alumni
Het tijdperk waarin alles kon, is voorbij. Gewetens worden vervangen door regels en in een steeds meer complex systeem is dat een begrijpelijke ontwikkeling. Sindsdien is in korte tijd veel veranderd. De bullmarket maakte plaats voor de beer, regelgeving werd verzwaard en verscherpt. Compliance en procedures zijn meer dan ooit onderdeel geworden van de dagelijkse bezigheden.

Nu wordt de sector opeens verrast door twee affaires die onderling sterk verschillen, maar toch op elkaar lijken. Zowel de partners van VPV als Burgers komen uit hetzelfde nest, namelijk Robeco, waar Jan Voûte, hoofdverdachte in de VPV-zaak, algemeen directeur was tot hij Veer Palthe Voûte oprichtte.

Zoals zoveel Robeco-alumni staan Voûte en Burgers goed bekend. Voûte maakte een succes van zijn firma, die hij verkocht aan Dresdner Bank, waarna hij de transactie van zijn leven deed door Dordtsche Petroleum en de andere holdings van Koninklijke Olie-aandelen van de beurs te halen.

Burgers maakte van een klein small cap-fonds een leidende speler met een quasi monopolie op de markt voor kleinere aandelen in dit land. Binnen één maand tijd werd de naam van VPV besmeurd en verdween Burgers als directeur van Kempen Capital Management en beheerder van het Orange Fund.

Foute flexibiliteit
Wij namen contact op met Autoriteit Financiële Markten (AFM) en Openbaar Ministerie (OM), die bij de twee zaken betrokken zijn, maar kregen geen commentaar. Burgers en VPV wilden ook verder geen reactie geven. Wel wil VPV desgevraagd kwijt dat de firma de indruk die gewekt wordt in twee artikelen in NRC Handelsblad onjuist acht.

Waarschijnlijk is dat een understatement. In het tweede NRC-artikel gaat het hoofdzakelijk om een sfeerschets van de firma VPV gebaseerd op citaten uit het verhoor van partner Voûte. Hij heeft het over een “losse, informele sfeer” en een “flexibele instelling” jegens klanten. Dit soort citaten kan helpen veel duidelijk te maken, maar het kan ook averechts werken. Wie goed bekend is met de firma VPV is hierdoor niet verrast.

Een “losse, informele sfeer” en een “flexibele instelling” zijn normaal voor een kleine vermogensbeheerder met een platte structuur en een klein aantal vermogende klanten, zetelend in een klein grachtenpand in Gouda. Zo wordt Voûte ook verweten via VPV via de speciaal voor belegging in de Olie-holdings opgerichte vennootschappen een groot deel van het volume van de aandelen van de holdings voor zijn rekening te hebben genomen.

Wie vertrouwt is met de vaak mindere liquiditeit van deze fondsen en de relatieve omvang van de twee samen met Theodoor Gilissen beheerde beleggingsvehikels, kan ook concluderen dat de firma een markt onderhield en dat Voûte ook zelf en voor zijn klanten belegde in dezelfde waarden die zijn firma aanprees. In het NRC-artikel helpen bovenstaande adjectieven echter een sfeer te suggereren die degenen, die bekend zijn met VPV, niet kennen.

Bij voorbaat verdacht?
In Angelsaksische markten wordt eerder prijzend gesproken over beleggers, die zelf meedoen in hun eigen fondsen. Dat is in Nederland een nu blijkbaar bij voorbaat verdachte praktijk, terwijl in de VS de openbare aanklager van New York, Eliot Spitzer, de zakenbankiers juist verwijt aandelen aan het publiek gesleten te hebben, waar de eigen bankiers en analisten niet in bleken te geloven.

Nergens in de artikelen wordt overigens gesuggereerd dat Voûte en zijn partners gehandeld hebben ten koste van hun cliënten, noch wordt aangetoond dat de koers van de holdings steeg ten tijde van het bekend worden van de beslissing van het ministerie van Financiën, die het groene licht gaf vanaf 2 december 1999.

Het OM verwijt VPV handel vanaf begin september, terwijl de AFM pas na drie jaar aangifte deed, waarbij het naar verluidt gaat over een kortere periode voorafgaande aan de beslissing van Financiën. Volgens anderen was AFM voorzitter Arthur Doctors van Leeuwen geheel op de hoogte van de gang van zaken en zou hij ook in die zin een getuigenis hebben afgelegd.

Kortom, de zaak is, wat de autoriteiten betreft, al niet eenvoudig. Ten eerste is in het geheel niet duidelijk of het hier wel om een op hol geslagen effectenhuis gaat. VPV staat bekend als een rustige club value-beleggers en niet als snelle jongens. Hetzelfde geldt overigens voor Burgers.

Bewijzen
Wie nog iets verder doordenkt, kan zich ook afvragen of Voûte, als bestuurder van de voornaamste beleggingsvehikels in Olie-holdings en als jarenlange pleiter voor de opheffing van deze holdings, zich niet goed bewust was van zijn positie en daarom, als hij misbruik had willen maken, dat heel anders had kunnen doen.

Hetzelfde geldt voor Burgers, die zich als de peetvader van de Nederlandse small capmarkt, met een keur aan 5%-belangen, jarenlang bij alle pieken en dalen van zijn bedrijven betrokken is geweest. Tenzij hiervoor bewijzen boven tafel komen, is er vooralsnog geen serieuze aanwijzing dat beide heren zich op welke wijze dan ook verrijkt hebben, of misbruik hebben gemaakt van hun positie.

Lezers van de nieuwsbrief van VPV kenden Voûte’s enthousiasme over de belegging in de Olie-holdings. Lezers van het Financieele Dagblad konden op 9 oktober 1999 uitgebreid lezen wat Voûte van die holdings vond. Zo kocht en verkocht hij aandelen van zijn geliefde maatschappijen, afhankelijk van de onderwaardering.

Of hij daarbij de wet overtrad, moet nog blijken. Dat de reputatie van de firma en van Voûte door de gevolgen van de grootscheepse actie van justitie en door de oriënterende berichten in de pers beschadigd wordt, lijkt duidelijk. Of het maatschappelijk belang hiermee wordt gediend, is nog maar de vraag.

One-on-one
Burgers wordt beticht van handel met voorkennis in aandelen Landis en Ring!Rosa. Kempen geeft aan dat bij de Landis-affaire de koers door Burgers is gesteund, ten gunste van het Orange Fund, waarbij handel met voorkennis wordt geconstateerd. Koersen steunen mag niet, maar het wordt interessant wanneer het debat zich straks hopelijk verplaatst naar de rol van de grote banken bij emissies.

Iedereen weet dat banken via hun handelstafels hun emissies steunen, of koersen drukken wanneer dat zo uitkomt. In het geval van Ring!Rosa wordt gewag gemaakt van verkoop van aandelen na een presentatie door de directie van Ring!Rosa tijdens een zogenaamde one-on-one. Wij schreven gisteren in Uitgeburgerd dat, als dit de maatstaf wordt, iedere beheerder die een one-on-one doet voortaan verdacht is.

Na de one-on-one (de term refereert aan een presentatie die niet in een ontbijt-of lunchzaal plaatsvindt met meerdere beleggers) kan immers of gekocht worden, of verkocht worden, of de positie kan aangehouden worden. Ook in dat geval houdt dat een beslissing in en kan voortaan gesproken worden van voorkennis. Beleggers zoals Burgers maken iedere week one-on-ones mee en ze worden er dagelijks voor uitgenodigd.

Dat wil nog niet zeggen dat daarbij sprake is van voorkennis, zeker wanneer verkocht wordt. Waarom doen die bedrijven namelijk al die ontbijt-en lunchpresentaties, voorafgegaan of gevolgd door one-on-ones? Om hun aandelen aan de man te brengen. Met andere woorden, om de fondsbeheerders te laten kopen. Burgers verkocht juist zijn positie, dat wil zeggen voor het Orange Fund, voor 60 000 euro.

Doel van de regel
We vragen ons dan ook af of, in de huidige situatie, er wel goed rekening wordt gehouden met bestaande praktijken, niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland. Het doel van de regelgeving is een gelijk speelveld te creëren en vooral de belegger te beschermen tegen misbruik door ingewijden, een praktijk die helaas maar al te vaak voorkomt.

Of deze opzet in de bovenstaande gevallen slaagt, is ons nog niet duidelijk. Wel is nu al te constateren dat twee goede bekend staande pijlers van het beleggersvak, met een reputatie waar jarenlang aan is gewerkt, het slachtoffer dreigen te worden van experimenten op het gebied van toepassing van regels.

Waar dit toe kan leiden, blijkt dezer dagen in Frankrijk. Daar speelt nog altijd de affaire van de mislukte aanval op de Société Générale, die, na jaren vooronderzoek en na het overlijden van een aantal beklaagden, nog altijd haar beslag niet heeft gekregen. Het gaat om winsten gemaakt met voorkennis in een context die typerend is voor het Frankrijk in de Mitterrand-periode.

Onder de verdachten bevindt zich een financier met een uitstekende reputatie. Zijn naam is George Soros. De Société Générale-affaire dateert uit 1988. Het Parijse OM geeft toe dat het vooronderzoek wat lang heeft geduurd. De uitspraak wordt volgend jaar verwacht.

Uitgeburgerd

Willem Burgers staat in Nederland bekend als de ongekroonde koning van de small caps. Orange Fund is in feite de markt voor deze fondsen, waardoor Burgers de centrale speler is. Hij staat bekend als een ter zake kundig en integere belegger. Deze zaak veroorzaakt veel opzien in de financiële wereld.

Het gaat hier niet om een corruptieschandaal. Wat hier speelt, past in het beeld dat het Openbaar Ministerie de financiële sector wil overtuigen dat er links en rechts, bewust of onbewust overtredingen worden begaan en dat alles vervolgd kan worden.

De grote, frontale aanval op een aantal partijen die ervan verdacht werden geregeld als ingewijden op te treden, of cliënten om te kopen, of op andere wijze voordeel te genieten van de privileges van de beurshandel, is mislukt.

Voorkennis?
Nu is de aanval ingezet op bekende namen in het vak met een goede reputatie. Mensen zoals Jan Voûte en Willem Burgers. Voûte is een succesvolle vermogensbeheerder, die de transactie van zijn leven deed door de holdings van Koninklijke Olie van de beurs te halen. Hij wordt ervan beticht in die holdings gehandeld te hebben.

Wat eerst een zuiver administratief onderzoek leek, werd voorpaginanieuws na een grootscheepse inval en drie dagen preventieve hechtenis voor Voûte zelf. Wij hebben het OM gebeld en konden vanochtend nog geen commentaar krijgen ten tijde van publicatie van deze column. De affaire Burgers past in het beeld dat het OM van tactiek is veranderd. We zitten in een periode van overgang wat regelgeving en naleving betreft.

Misschien hebben Voûte en Burgers iets gedaan dat niet mocht en de rechter zal daarover oordelen. In de Landis -affaire geeft Kempen toe dat Burgers de wet overtrad. Dat mag niet. Iedereen die in het vak zit, weet heel goed dat er veel ergere dingen gebeurd zijn en nog plaatsvinden, dan dat waar Voûte en Burgers nu van beticht worden.

Laten we een voorbeeld nemen. De Ring!Rosa-affaire, zoals die overkomt, bestaat uit het volgende. Ring!Rosa verkeert in moeilijkheden en dat is algemeen bekend. Een aantal dagen later heeft Burgers een one-on-one gesprek met de directie. Hij verkoopt vervolgens voor 60.000 euro aan aandelen voor zijn fonds. Weer een aantal dagen later komt het bedrijf met meer slecht nieuws en zakt de koers.

Is dit voorkennis?

One-on-one
Als dit inderdaad de feiten zijn, is naar onze mening iedere fondsbeheerder die een beetje zijn salaris waard is rijp voor een nadere kennismaking met justitie. Het is in Europa een normale zaak dat bedrijven zich presenteren aan beleggers. Wanneer bedrijven zich aan institutionele beleggers presenteren, kunnen ze dat op drie manieren doen.

Ten eerste kunnen ze een communiqué uitgeven, al dan niet vergezeld van een persconferentie. Particulieren kunnen ook de hand leggen op dit materiaal. Ten tweede kunnen ze een lunchpresentatie organiseren, of aan een door een broker georganiseerde serie presentaties meedoen. Dan spreken ze voor meerdere beleggers tegelijk. Privé beleggers zijn hierbij niet aanwezig, de pers meestal ook niet.

Vaak is het zo dat wanneer een bedrijf iets te vertellen heeft er een serie presentaties wordt georganiseerd, waarbij voor de meest geïnteresseerde partijen ook nog one-on-ones worden toegevoegd. Dat zijn individuele gesprekken, meestal op het kantoor van de fondsbeheerder, waar de directie haar verhaal komt vertellen.

Wij hebben veel van die gesprekken meegemaakt. Omdat er verder geen aanwezigen zijn, hoor je wel eens wat en krijg je een betere indruk van de mensen waar je mee spreekt. Dat kan nuttig zijn. De directie kan er ook van profiteren door je, als belegger, wat beter te manipuleren. Na zo’n gesprek kan een beheerder vier dingen doen. Hij kan het aandeel houden, verkopen, kopen of bijkopen.

Ieder van deze vier handelingen is een vorm van actie. Iedere beheerder onderneemt één van deze vormen van actie na een one-on-one.

Allemaal schuldig
Tegen iedere Nederlandse beheerder moet dus snel een gerechtelijk onderzoek gestart worden. Anders krijgen we immers de indruk dat hier geprobeerd wordt om voorbeelden te stellen en dat bepaalde figuren opgeofferd worden om het gebrek aan succes bij vervolging van de echte specialisten in voorkennis te doen vergeten. De vraag rijst dan of de maatschappij hiermee gediend is.

De tweede vraag die rijst is of de buitenlandse beheerders die, terwijl u deze column leest, one-on-ones hebben met Nederlandse bedrijven in London, Frankfurt, New York of Zürich ook niet aangepakt moeten worden. In de VS is daar overigens iets aan gedaan middels Reg FD, een regel waarmee getracht wordt communicatie naar institutionelen en particulieren op hetzelfde niveau te brengen.

Wij denken dat Reg FD een mislukking is, omdat hierdoor alleen maar minder informatie naar buiten komt en nog meer binnenskamers en vertrouwelijk blijft. Rest de vraag hoe de media en publieke opinie met zulke zaken omgaan. Wij hebben met stijgende verbazing en vervolgens met een vervelende smaak in de mond kennis genomen van de manier waarop goed bekend staande mensen tegenwoordig in de media worden gelyncht.

Inderdaad, zonder dat er ook maar iemand publiekelijk zijn stem verheft om eens een andere visie kenbaar te maken. Daar staat tegenover dat media die wel de moed hebben om echte boeven aan de kaak te stellen, niet kunnen rekenen op enige vorm van bijval. Dat lijkt ons een typisch Nederlands verschijnsel, in de Amerikaanse, Engelse of Franse pers gaat dat heel anders toe.

Het nieuws van vandaag is een goede aanleiding om daar in een volgende column eens wat meer aandacht aan te besteden.

Dollar: Zwakke bull

De dollar ligt er zwak bij. Dat komt niet door de sterke euro of de sterke yen. Niets is sterk. Goud ook niet. Dollar-bulls gaan er van uit dat de dollar sterk blijft vanwege de flexibiliteit van Amerika.

Zo verzochten twee van onze relaties ons vooral niet hun dollars af te dekken. Wij doen dat namelijk standaard juist wel. Daar zijn drie goede redenen voor: het kost haast niets door de lage rente en de dollar is fundamenteel, technisch en politiek zwak. Eerst het technische plaatje, courtesy of Frank van Dongen:

Niet echt mooi. Logaritmisch is het helemaal mis. Tijdelijk steun, maar als ze gaat, is het hard en snel:

Snow’s zwak
De twee andere redenen zijn de fundamentele positie van de dollar en de dollarpolitiek. De dollarpolitiek kennen we nog niet, maar we vermoeden het één en ander. Sinds Robert Rubin en Larry Summers weg zijn bij het Amerikaanse ministerie van financiën wordt er geen harde dollarpolitiek meer gevoerd.

Daar zijn allerlei redenen voor. De regering Bush ondervindt meer druk uit de hoek van de traditionele industrie dan de regering Clinton. O’Neill was voor hij minister werd president van Alcoa en wist wat een zwakkere dollar allemaal voor goeds kon doen, voor de industriëlen dan. Wat Snow gaat doen is nog niet zeker, maar de markt verwachtte weinig goeds.

Op de dag van O’Neill’s vertrek, maar voordat het nieuws bekend werd gemaakt, zakte de markt heftig. De markt draaide 180 graden toen bekend werd dat O’Neill vertrok. Altijd triest, zo’n denderend applaus. Toen Snow aantrad, gebeurde het omgekeerde. De markt is bang voor een zwakke dollar, aangejaagd door deflatoire productie vanuit China.

Dollars drukken
De Fed heeft al aangegeven zoveel dollars bij te drukken als nodig is om de economie op peil te houden. Is het niet beter die economie uit te laten zieken? Niet voor de zittende regering in ieder geval, noch voor de zittende volksvertegenwoordigers. Stel dat de Fed er dankzij het drukken van dollars in slaagt om de dreigende deflatie de nek om te draaien.

Dan heeft ze dus succes heeft en dat betekent dat er inflatie gecreëerd wordt. Dan moet de rente weer omhoog. Daarom zagen we de afgelopen dagen het goud weer stijgen en bleef de euro boven pariteit tegenover de dollar. Niet omdat de euro zo sterk is, daar zorgen onze Duitse en Italiaanse vrienden wel voor.

De echte reden is dat de dollar kan vriezen of dooien, maar dat de Amerikaanse regering voorlopig niet laat zien dat er reden is om te geloven in een harde dollar. Wat het fundamentele plaatje betreft, er komt een groter tekort. Dat tekort was er jaren geleden ook al en toch bleef de dollar toen sterk.

Bush-speak
Toen was er alleen genoeg vertrouwen in de VS om het tekort geen rol van betekenis te laten spelen. Als de regering Bush met dat vertrouwen gaat spelen, is ze levensgevaarlijk bezig: zowel op het gebied van economie als buitenlandse politiek kunnen er brokken van komen, die zo groot zijn dat we nog niet kunnen bevatten hoe president Bush die gaat verwoorden.

Liefhebbers van Bush-speak weten waar we het over hebben. Alleen is het dan misschien helemaal niet meer grappig, maar wordt het een ramp. Kijk nog eens naar de dreigende grafiek: die vertelt het verhaal beter dan wij het kunnen.

Michael Kraland is vermogensbeheerder, beheert een beleggingsfonds en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.

Eindejaarsrally: Nu 50% korting

Laten we even terugblikken. Stel dat we een telecombedrijf hadden gekocht, dat niet mee had gedaan aan de umts-gekte en, beter nog, op het juiste moment activa had verkocht voor cash. Dan waren we blij geweest. Heel blij.

Hetzelfde geldt voor mobiele telefoons. De concurrentie komt uit Azië. De grote merken krijgen het moeilijker. Nokia gaat nog redelijk goed, ondanks de winstwaarschuwing, maar één ding is duidelijk, de merken staan onder druk.

De operators willen liever hun kracht aanwenden om met minder sterke tegenstanders zaken te doen, zie de laatste merkloze productintroducties van Vodafone en Orange. Het gaat niet om goedkope telefoontjes.

Cable & Wireless total loss?
Nee, het zijn nieuwe, dure producten met kleurenscherm, pda-capaciteit en software. Hoe blij waren we niet geweest, als we hadden kunnen wedden op het bedrijf dat al die Aziatische concurrenten bevoorraadt met hoogwaardige technologie? Heel blij. Trouwe lezers van deze column weten dat het Franse bedrijf Wavecom die leverancier is.

Cable & Wireless is het telecombedrijf dat op een berg cash zat en Wavecom is dus de Franse, ook aan de Nasdaq genoteerde maker van zogenaamde wismo’s, de modules die het hart van een telefoontje vormen en die verkocht worden aan Aziatische concurrenten van Nokia, Motorola en Ericsson.

Cable & Wireless raakte op één dag de helft van haar marktkapitalisatie kwijt, toen aan het licht kwam dat er nog een los fiscaal draadje aan een oude transactie kleefde. De beurs verloor het laatste vertrouwen in het management, het bedrijf dreigt uit de index te vallen en er wordt om aftreden van de directie geroepen.

Steun Wavecom
Wavecom zakte vrijdagavond in de VS en maandagochtend in Europa ook half weg, in dit geval 58%, toen bekend werd gemaakt dat een grote Chinese cliënt, TCL, overstapte naar Qualcomm. Wavecom was één van de overlevende sterren van de Europese techmarkt. Beide situaties zijn alleen niet met elkaar te vergelijken.

In de afgelopen maand waren er meer tech-aandelen die verdubbelden, dan dat er dit soort ongewilde stocksplits voorkwamen. In tegenstelling tot Cable & Wireless ligt Wavecom juist mooi op steun, zo leert ons onderstaande Frank van Dongen-grafiek:

De analisten kotsen het aandeel nu uit, maar als er inderdaad 9 dollar aan cash en in totaal ruim 10 dollar aan boekwaarde is, dan is de huidige koers rond de 14 euro zo gek nog niet. Azië blijft de grote volume concurrent in de mobiele sector, Wavecom blijft de grote leverancier van wismo’s en die dingen worden niet op maat gemaakt.

De voorraden voor TCL kunnen ook verkocht worden aan een andere partij, Chinees of niet.

Michael Kraland is vermogensbeheerder, beheert een beleggingsfonds en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.

AOL, Disney en Vivendi

De grote mediabedrijven halen vandaag de voorpagina’s met strategisch nieuws. AOL Time Warner en Walt Disney komen met winstwaarschuwingen, omdat het steeds slechter gaat met de uitgezette koers.

Vivendi concretiseert de manoeuvres die de afgelopen weken achter de schermen plaatsvonden en mag van de raad van bestuur de controle verwerven over Cegetel, nummer twee in draadloze telefonie in Frankrijk.

Dit nieuws is goed voor het aandeel, omdat er nu duidelijkheid is omtrent de strategie. Vivendi-president Jean-René Fourtou gaf gisteren aan dat, te zijner tijd, de telefoon- en mediabedrijven van Vivendi gescheiden kunnen worden.

De strijd om Cegetel
Voor de markt is dat een bevestiging dat Vivendi kan worden opgebroken. We kunnen ons dan ook afvragen, of de Amerikaanse media-activiteiten ook niet apart verkocht worden. Barry Diller, president van USA Networks, krijgt daar steeds meer het heft in handen en een groep investeerders rond Marvin Davis toonde al eerder interesse om de Fransen uit te kopen voor 20 miljard dollar.

Vivendi neemt het aandeel van BT over en verhindert dat Vodafone de meerderheid krijgt binnen Cegetel. Vodafone had een bod uitgebracht op Vivendi’s 44%-aandeel in Cegetel, maar Fourtou vond het bod van 6,8 miljard euro te laag. Hij verklaarde gisteren dat hij graag 9 miljard euro had gezien.

Als Vivendi de meerderheid heeft in Cegetel kan de cashflow van de laatste geïntegreerd worden in de winst- en verliesrekening van Vivendi. De weg voor dit aandeel ligt dan ook open richting 20 à 22 euro. Vivendi sloot gisteren op 15,60 euro, 5% lager dan bij de opening. Het aandeel kan moeite hebben de weg naar boven terug te vinden, omdat de Europese beurzen in mineur zijn.

… en Canal Plus
De mediasector staat ook onder druk, omdat Disney gisterenavond met slecht nieuws kwam. Wat Vivendi betreft, komen we nu in de derde ronde terecht. Het management is vervangen. De positie ten opzichte van Cegetel is duidelijk en de schuldenlast is onder controle. Nu is de vraag wat Vivendi met het betaaltelevisiebedrijf Canal Plus gaat doen.

Daar moet gesaneerd worden en er is maar plaats voor één betaalsatellietspeler. Canal Plus heeft daar een concurrent in TPS. Dit bedrijf is eigendom van de Franse marktleider TF1 en van het kleinere televisiebedrijf M6. Bouwer Bouygues is grootaandeelhouder in TF1 en is tevens concurrent van Cegetel op de telefoonmarkt.

Op die laatste markt zijn de posities nu duidelijk verdeeld tussen marktleider Orange van France Télécom, nummer twee SFR van Cegetel en derde speler Bouygues Télécom. Nu kunnen we een manoeuvre verwachten op de televisiemarkt. Op karakteristiek Franse wijze vinden de bewegingen vooral achter de schermen plaats. Op naar de volgende ronde.

Michael Kraland is vermogensbeheerder, beheert een beleggingsfonds en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Kraland handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.

Nouveaux pauvres

Onlangs stond er een artikel over zakkende huizenprijzen in het FD. Dat stuk zorgde voor veel discussie in de Inveztor.net Koffiekamer op en gisteren kwam er weer een nieuwe op gang. We denken dat dit gekrakeel ontstaan is uit een gepland Inveztor.net artikel, dat nooit geschreven is.

Laten we daarom maar eens kijken waarom niet en waar we naar op zoek waren. Naar goed journalistiek gebruik, moet informatie worden nagetrokken en onafhankelijk geverifieerd kunnen worden.

Dat is ons niet gelukt, dus schreven we geen artikel over de huizenmarkt. Er werd echter wel over gepraat en wie weet kreeg het FD daar lucht van, wat weer leidde tot het krantenartikel dat we hierboven noemden.

Wassenaarse woningmarkt
Laten we daarom maar geen stuk schrijven, maar een column. Een column vertolkt de visie van één auteur. Het is een mening. Hieronder komen we dus met een vraag, waar we het antwoord nog niet op weten. Wie weet komen we een stap dichterbij door de vraag hier te stellen. Een maand geleden spraken we met een relatie, die goed bekend is met de Wassenaarse woningmarkt.

“Weten jullie dat er in Wassenaar een stuk of twintig villa’s gedwongen te koop staan?” vroeg onze zegsman. Dat wisten we niet. Onze bron vertelde ons over heren die hun opties in start-up’s gefinancierd hadden met een bedrijfslening. De één had zijn opties uitgeoefend en verkocht, maar de andere had ze aangehouden en de start-up was kapot gegaan.

De opties liepen waardeloos af. Alleen de lening stond nog overeind. Het huis ook. Dat moet nu worden verkocht. Onze zegsman was heel precies: zesentwintig woningen stonden op deze manier te koop. Wassenaar telt, zo legde hij ons uit, een stuk of 9000 woningen, waarvan een derde aangemerkt kan worden als villa.

Mini-hausse
Die zesentwintig huizen zijn noemenswaardig, maar het betekent nog geen verkoopgolf, alleen dat de huizen langer te koop staan nu er volop keus is. Pas op, zo ging onze bron door, er is meer aan de hand. De hypotheekverstrekkende banken houden de hand boven het hoofd van nog 200 huiseigenaren, waar het ook niet goed mee gaat. Daar is nog geen sprake van gedwongen verkoop, maar de boog is gespannen.

Verifieer het eens, suggereerde onze vriend, maar noem mijn naam niet, zei hij er bij. Het is ons niet gelukt het verhaal te verifiëren, ongetwijfeld omdat we niet op de juiste bronnen zijn gestuit. Misschien komt dat nog. Wie weet, helpt de huidige mini-hausse een aantal arme Wassenaarders uit de ergste brand. Zoniet, dan wordt dit prettige villadorp binnenkort wat beter betaalbaar.

Wat de verdere discussie rond de huizenprijzen betreft, kunnen we nog het volgende opmerken. Er is niet één huizenmarkt, er zijn er meerdere. Goedkope huizen zijn duurder geworden en lijken aardig stand te houden, maar daar gelden niet dezelfde factoren als in Wassenaar. Dat is een topmarkt en daar kunnen de prijzen het hardste zakken.

Tendensen in de markt
Dat komt doordat de bewoners van goedkopere woningen er minder op zijn achteruitgegaan dan de bewoners van dure woningen. Je ziet dat in iedere markt. De bewoners van goedkope woningen hebben een groter deel van hun netto vermogen in hun huis zitten. De bewoners van dure woningen hebben meer beleggingen op de beurs en hebben daar een tik gekregen.

Als ze ook nog in een sector actief zijn die tot voor kort explosief groeide, zoals de financiële markten of technologie, dan zijn de condities verenigd om voor veel ellende te zorgen. Een ingestorte portefeuille, verlies van baan of bonus en geen zicht meer op opties; het kan hard aankomen. Makelaars treden vaak op als bron voor verhalen over de tendensen in de markt.

Makelaars in Wassenaar zijn de beste potentiële bronnen als het gaat om een eventuele malaise in deze markt. Denkt u nu echt dat de Wassenaarse makelaars instemmend reageren op dit verhaal? Wij denken van niet en we moeten andere bronnen vinden om de feiten te kunnen controleren. Voorlopig hebben we die nog niet gevonden, maar we rekenen op onze Wassenaarse lezers.

Het enige probleem is dat die ook geen enkel belang hebben bij zakkende prijzen. Er rest ons geen andere oplossing dan een redacteur te vinden, die snel op de brommer naar de Langstraat rijdt en daar de Range Roverende huisvrouwen eens terdege ondervraagt. Of wil iemand voor Inveztor.net eens zijn oor te luisteren leggen aan de negentiende hole van de Haagsche Golf & Country Club?

Polderportefeuille: BAM de bodem?

BAM NBM: een grote bouwer, marktleider bovendien, tegen 3,4 keer de winst en met meer dan 10% rendement, dat moet aantrekkelijk zijn. De grafiek ziet er ook uit alsof het aandeel een bodem heeft bereikt:

Hetzelfde geldt voor de lange termijn:

Als we nóg langer kijken, ziet het er even goed uit:

Logaritmisch ziet het er nog aantrekkelijker uit:

De ervaring van de laatste maanden leert dat dit soort rendementssituaties meestal niet erg lang in stand blijft, dus we kochten vanochtend 1000 aandelen bij op de opening op 15,10 euro. We gaan deze aandelen zelf ook aankopen, omdat we in de nabije toekomst de Polderportefeuille in het echt bij een bank of broker gaan neerzetten.

Ginger

Logaritmisch heb ik nog geen lange data, maar daar zien we wel een weerstandje:

Michael Kraland is vermogensbeheerder, beheert een beleggingsfonds en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Op moment van publicatie is hij long BAM NBM. Kraland handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.

Distressed securities: Cowboys en outlaws

x

Michael Kraland is vermogensbeheerder, beheert een beleggingsfonds en is directeur van een Amerikaans hedge fund. Kraland schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Kraland handelt vaak in beleggingen waar hij over schrijft en zijn posities kunnen op elk moment veranderen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
kraland@Inveztor.net.