Beleggen in wijn (6): Een glaasje secundair

Laten we eens als beleggers naar deze secondaire wijnmarkt kijken, dan wordt veel duidelijk. Ten eerste is de markt inefficiënt. Dat is goed. Dat betekent dat het mogelijk is, voor degene die geduldig is, om goedkoper dan normaal te kopen.

In tijden van grote vraag kan hij voor veel geld verkopen. Het betekent ook dat er soms, juist voor particulieren, kleine partijen te koop zijn waarvan de prijs sterk kan afwijken van de marktprijs. Ten tweede is een groot nadeel van de markt, dat er niet al te veel volume in omgaat.

U boft, u zit natuurlijk niet met dat probleem. U hebt immers nooit meer dan een tien dozen te verkopen, tenzij u een grote speler bent. Er is nog een nadeel. Dat nadeel heet slippage.

De belastinginspecteur
Dat is een Engelse beursterm die aangeeft wat u allemaal kwijt bent aan commissies en spreads en wat u eventueel nog moet rekenen aan prijsbederf, omdat u de prijs van uw aandeel hoger of lager duwt door uw transactie. De kans op het laatste lijkt mij gering, gezien het zuinige karakter dat spreekt uit de meeste berichten in de Koffiekamer.

Misschien komen de echte wijnliefhebbers onder onze lezers daar niet. De slippage is vooral hoog door de commissie van het veilinghuis. U bent zo een procent of vijftien kwijt. Bovendien speelt er een btw-factor: Dat krijgt u niet terug, tenzij u het via uw firma doet en dan wens ik u veel succes toe met de belastinginspecteur.

Koffiekamerbezoekers zijn misschien zuinig, maar vergeleken met belastinginspecteurs zijn ze ongetwijfeld ruimdenkend en gul. Echte krenten kunnen altijd nog proberen hun waren via internetveilinghuis eBay te slijten. Dat is goedkoop, maar ik heb wel eens op de Franse eBay gekeken en het aanbod leek me amateuristisch.

Dozen en kisten
Ik heb op die site eens dozen wijn aangeboden, maar ik kreeg geen serieuze biedingen, terwijl dezelfde wijn bij een veilinghuis in Parijs snel verkocht was. In de drankhandel hebben we het overigens altijd over dozen. Alleen sukkels spreken over kisten, al zijn die dozen van hout en heten ze in het Frans caisse.

Een caisse kan overigens ook heel goed een kartonnen doos zijn. Als bijvoorbeeld uw Bordeaux in een kist zit, dat uiteraard door het château wordt geleverd, hebt u een doos. In Frankrijk wordt vervolgens weer onderscheid gemaakt tussen een caisse en een caisse bois, ofwel een houten doos.

Ik volg ook de aanbiedingen op Uvine, een Engelse internetbeurs voor wijn. Deze site is bijzonder professioneel in zijn aanpak, maar ik heb nog nooit via het systeem gehandeld. Het beidt interessante partijen aan tegen lagere commissie dan de grote Engelse veilinghuizen, die overigens ook in Amsterdam opereren.

Beleggen in wijn (5): Naar de kelder

De Franse wijnoogst van 2003 is veelbelovend, maar hoe kunnen
wijnliefhebbers hierop inspelen? Hoe ga je om met wijn, als belegging? Hoe
en wanneer kunnen we Franse wijnen het best kopen?

Op deze vragen en vele andere geeft Michael Kraland, wijnliefhebber en
woonachtig in Frankrijk, zijn mening. In een eerder leven was Kraland onder
andere actief in de wijn-, cognac-, armagnac-, champagne- en
whiskyindustrie. Tegenwoordig koopt hij alleen nog wijn voor een Parijse
wijnclub en voor zichzelf.

Wijn kopen en, sterker nog, beleggen in wijn vraagt om ongeveer dezelfde benadering als beleggen op de beurs. Misschien zijn er daarom zoveel financiële types geïnteresseerd in de wijnmarkt. De Londense City is vanouds één van de grootste klanten van de Engelse shippers.

De invloed van Londen is al eeuwenlang groot. Bordeaux heet daar claret. Dat dateert nog uit de tijd dat het een lichtere wijn was. Engelsen beheersten de handel in Bordeaux, port en sherry.

Van die drie categorieën zijn port en Bordeaux het meest gevoelig voor kelderopslag. Dit zijn daarom ook de twee klassieke types wijn om in te beleggen. In de champagne is de Engelse invloed ook zo groot, dat wordt gesproken van een Engelse smaak – de smaak van oude champagne.

Investment grade wijnen
Bolly is de typisch Engelse bijnaam van een beter champagnemerk. Het is chic om uw Labrador zo te noemen. De Engelse veilinghuizen Sotheby’s, Christie’s en Phillips maken de markt en bepalen welke wijnen investment grade zijn. De handel in deze wijnen betreft vooral een aantal grand crus van Bordeaux en top-Bourgognes.

Bij port gaat het bij investment grade wijnen om huizen die veelal van Engelse oorsprong zijn. Tot slot vallen tegenwoordig ook een klein aantal Rhône-wijnen hieronder, zoals de Côte Rôties van Guigal en de Hermitages van Chave en Jaboulet. Zeggen namen zoals Justerini & Brooks of Berry Bros & Rudd u iets?

Precies, J&B en Cutty Sark. Dat waren de whiskymerken die deze wijnhandelaren op hun flessen plakten. Die etiketten werden uiteindelijk meer waar dan de rest van het bedrijf. Wie het over beleggen in wijn heeft, heeft het daarom over een beperkt aantal namen die daarvoor in aanmerking komen.

Primaire kleuring
Beleggen in wijn kan op twee manieren. Via de primaire markt en via de secondaire, net zoals op de beurs. De primaire markt wordt elk jaar gevormd door de eigenaren die hun wijnen als futures aanbieden. De handelaren kunnen dan inschrijven in de eerste van drie tranches. De volgende twee geven de verkopers de gelegenheid om hun prijs aan te passen.

Particulieren kunnen meedoen via de handelaren, in Frankrijk de négociants genaamd. Soms kan dat ook via de betere slijter. In andere gevallen doet een château direct zaken met particulieren, maar de eigenaren van de beste châteaux halen daar hun neus voor op. Als u denkt dat u weet wat snobbery is, dan moet u met vakantie naar Bordeaux gaan.

Neem vervolgens een kijkje bij de plaatselijke society. Dan krijgt het begrip snobbery meteen een nieuwe dimensie voor u. De primaire markt van Bordeaux komt archaïsch over. De Franse hypermarkten, de meest geconcentreerde wijnspelers ter wereld omdat ze de baas zijn op de Franse markt, hebben geprobeerd de zaken te veranderen. Dat is niet gelukt

Futures en primeur?
Daarom geldt voor het jaar 2003 de volgende regel: alleen handelaren die ook in de verliesgevende jaren 2001 en 2002 wijn hebben gekocht, krijgen hun quota. Wie wel in 2000 meedeed, maar vervolgens zijn gezicht niet liet zien, krijgt niets. Overigens, om als handelaar geaccepteerd te worden moet u aan allerlei eisen voldoen.

Het lijkt op de primaire handel in schatkistpapier. Als u uw futures hebt gekocht en aanbetaald, krijgt u twee jaar later uw wijn thuisbezorgd. Dan betaalt u de rest van de rekening. Niet altijd overigens. Het kan ook gebeuren dat uw intermediair failliet gaat. Dat heeft als voordeel dat u niets meer hoeft te betalen. Een nadeel is dat u uw wijn niet krijgt.

Om te vermijden dat u uzelf voor schut zet in dit wereldje, waar u niet de eerste nouveau riche bent die geknipt en geschoren wordt, moet u beseffen dat u nooit futures en primeur koopt. U koopt uw wijn en primeur. Amerikanen noemen dat futures. Als Nederlander mag u kiezen. Ik houd het op primeur, tenzij ik met een Amerikaan praat.

Wijn financieren
Verwar dit niet met Beaujolais Primeur; dat is een wijn die jong wordt gedronken. Andere streken produceren tegenwoordig ook jonge wijnen, die primeur genoemd worden. Als u dit allemaal maar ingewikkeld vindt, dan bent u niet de enige. Veel nieuwe wijndrinkers vinden de wijn uit de Nieuwe Wereld eenvoudiger te begrijpen.

Dat heeft de Franse wijnmarkt geen goed gedaan. Voordeel van de primeurmarkt is dat, als u het goed ziet, u in een goed jaar tegen een redelijke prijs een topwijn koopt. Zodoende maakt u ook grote kans om een deel van uw aankoop een paar jaar later in de secundaire markt te verkopen, om zo uw overgebleven wijn te betalen.

Soms hoor ik wijnliefhebbers wel eens zeggen dat ze zo hun wijn financieren. Dat noodt uit tot een gulle lach. U hebt niet uw wijn gefinancierd, maar u hebt de eigenaars geholpen hun voorraden te financieren. U neemt het risico. Vervolgens drinkt u uw verlies op, of u neemt uw winst op de secundaire markt.

Me too-products
De primaire markt kent overigens geen ipo’s. Goed, ik geef toe dat er onlangs wat nieuwe wijnen werden gelanceerd die al snel en primeur verkocht werden, maar dat was eigenlijk niet meer dan een truc. Garagewijnen werden opeens populair, in de slipstroom van Le Pin en Valandreaud.

Daarom begonnen een paar châteaux opeens ook een apart wijntje in kleine hoeveelheden te maken en dan liefst heel geconcentreerd en aangepast aan de smaak van Robert Parker, het wijnorakel. Wij denken hier verder niets van, behalve dat de Bordeaux markt meer talent toont voor me too-products, dan voor ipo’s.

Wat erg handig is, is dat die wijnen maar in minuscule hoeveelheden gemaakt worden. Een paar honderd dozen is niets. Dat maakt het ook gemakkelijk om de prijs op de secundaire markt hoog te houden, als dat moet.

Elke bearmarket heb z’n bullmarket

Ten eerste, waarde lezers, stuurt u mij alstublieft geen mail over de spelling van het woord heb. Ik weet hoe we dit werkwoord schrijven, zoals uit eerder werk mag blijken. Het is slechts een referentie aan Johan Cruijff, de Nederlandse Yogi Berra.

Dat is een Amerikaanse baseball-kampioen, die behept is – no pun intended – met een gelijksoortige vorm van wijsheid. Ik zeg dit, omdat ik vaker mails heb ontvangen: “Leuk stuk meneer Kraland, maar heb moet heeft zijn.”

Het is altijd pijnlijk om één en ander uit te leggen. Ten tweede, ik denk dat we misschien niet meer in een bearmarket zitten, maar ik weet het niet zeker. Ik vrees dat we het grootste deel van de opwaartse correctie al hebben gehad.

Bullmarket Canada
Misschien ook niet, dat debat wordt al elders op deze site in de Koffiekamer gevoerd. Eén van de pijlers van dit Inveztor.net forum beklaagt zich erover dat Nederlandse beleggers alleen naar hun thuismarkt en eventueel naar de VS kijken (klik hier). Daardoor missen ze van alles, waaronder Canadese aandelen, stelt de schrijver.

Er is altijd wel ergens een bullmarkt gaande. Die in Canadese aandelen is begrijpelijk. Het land deint mee met Amerika, maar grondstoffen zijn een belangrijke factor voor de Canadezen. Daardoor is de Canadese dollar wat van het verloren terrein aan het terugwinnen en daardoor is de beurs er sterker dan in de VS.

Eveneens daardoor is de heetste van de hete Canadese sectoren weer volop in beroering en het is gek, u hoort er hier weinig over. Dat is in zoverre verbazend, omdat iedereen met een internet-aansluiting en een e-broker zo mee kan doen. Is niemand meer hebzuchtig? Hieronder ziet u een grafiek van de HUI:

Goudhaantjes
De HUI, genoteerd aan de AMEX, staat ook wel bekend als de bugs index, bugs zoals in gold bugs dan. Laten we ze goudhaantjes noemen. De HUI is de tweede goudindex. U kent de XAU, dat is de goudindex waarin de grote aandelen domineren. Die index wordt genoteerd in Philadephia.

De grote goudbedrijven hedgen hun productie: ze verdienen geld, doordat ze goud produceren en verkopen. De HUI is een index van bedrijven die niet hedgen en is daarom veel volatieler, zeker als goud in beweging is en dat is het geval. Grote beleggers stappen in grote aandelen, zoals Newmont.

De HUI heeft het dit jaar alleen veel beter gedaan dan de XAU. De beurt is daarom nu aan de kleine jongens. Bovendien zijn er beleggers die teleurgesteld zijn in de grote goudaandelen. De kleine goudhaantjes hebben meer exposure aan de goudprijs en kunnen zodoende veel sneller stijgen.

Waarom die hausse?
De vraag naar goud steeg tot verrassing van velen in het tweede kwartaal met 5,2% vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Edelmetaalspecialist Hennie Rijnbeek van Rabobank International houdt op deze site een insiders-kroniek bij, waarin u precies kunt volgen hoe de professionele handelaren, zoals Rijnbeek zelf, naar de goudmarkt kijken (klik hier).

Zij hebben het allemaal al een keer of twee gezien, zijn geïnteresseerd in de institutionele kant van de zaak en kijken naar de goudhaantjes, zoals het Amerikaanse leger naar Somalische straatvechters keek, vóór in Mogadishu die Blackhawk-helikopter naar beneden kwam. Zijn de professionals dan gek, of erger nog, sufferds?

Nee, ze kijken alleen naar de volgende grafiek. Hieraan lezen ze af, hoe de goudhaantjes in het jaar 2000 een dieptepunt bereikten en sindsdien een paar grote hausses meemaakten, terwijl de XAU tussen 1998 en nu een stabieler verloop liet zien. Kortom, de professionals in Londen kijken naar wat Newmont en de centrale bankiers doen met hun voorraad.

Juniors
Ze letten op bewegingen zoals die hausse van 5,2% en zien dat dit gepaard ging met hogere prijzen. Een hausse in een grondstof, terwijl de prijzen stijgen? Dat is natuurlijk een bullish signaal. Omdat de grote jongens van de XAU alles tot en met de kapstok gehedged hebben, gaat de aandacht van momentum beleggers dan direct uit naar de HUI.

Dat is een speculatieve markt met veel juniors, de naam die gegeven wordt aan de kleine exploratie maatschappijen. Deze junior exploration companies zijn gefinancierd door aandelenemissies. Ze worden meestal gevormd door gedreven Canadese ondernemers, die een stel vermoeide en onderbetaalde geologen in dienst hebben.

Omdat het rondstrooien van tonnen arsenicum en andere gruwelijke chemicaliën er toe leidt dat de meeste landen waar het aangenaam toeven is niet gemakkelijk meer toestemming geven tot het zoeken naar goud, als het er al is, werken de arme geologen veelal in delen van de wereld, waar alleen de meest gemotiveerde toeristen betalen voor een verblijf.

Gat en leugenaar
Rusland, China en Mongolië zijn op het ogenblik populair en Zuid-Amerika is al eeuwen een exploratiegebied. Soms mag zo’n geoloog mee op een roadshow, om wat kleur te verlenen aan de presentatie, waarin altijd feilloos wordt aangetoond hoe het betreffende bedrijf nog maar een paar maanden verwijderd is van een grote goudvondst.

Hoewel daar geen direct bewijs voor is, alleen wat aanwijzingen, kunnen we er donder op zeggen dat hedge funds nu mee gaan doen, want dit is typisch een situatie voor de long/short specialisten. Bovendien is deze markt aardig inefficiënt, hoewel we natuurlijk ook heel andere woorden kunnen gebruiken.

We hebben immers al eerder onze definitie van een junior gegeven: een gat in de grond met een leugenaar erboven. De laatste grote hausse was in 1994 – 1995 en die eindigde toen bleek dat wat onscupuleuze promotors van BRE-X, een junior, goudstof hadden gestrooid in een mijn in Indonesië. De geoloog viel opeens uit zijn helikopter.

Waarom u op moet passen
Eind augustus werd bekend dat de centrale bank van Griekenland 20 ton goud had verkocht. Normaal komt dan de markt wat terug, maar deze keer niet. De markt vond dat die 20 ton lekker gemakkelijk waren opgenomen, wat extra bullish is. U moet oppassen vanwege de structuur van deze markt.

U ziet dat we voor het eerst sinds lange tijd een bullmarkt hebben in juniors. Ik kan u uit eigen observatie verzekeren, dat er een hoop mensen zijn die hier al een klein decennium op zaten te wachten. Die zijn nu waarschijnlijk aan het verkopen, als ze er niet al uit zijn. We weten niet zeker waar nou al dat goud naar toe gaat.

Vraag uit India? Misschien. Aantrekkende inflatie? Hm. Industrieel gebruik? Ons onbekend, maar bulls zijn er zeker van dat er een groot gebrek aan goud is ontstaan en dat we aan de vooravond van een inhaalslag zitten. Dat zou kunnen. Ten slotte gaat er misschien iets erg vervelends gebeuren en loopt de goudmarkt hier op vooruit.

U loopt de risico’s
Wij kunnen ons genoeg vervelende scenario’s voorstellen, dus waarom niet. Stroomopwaarts zijn de geologen aan het zoeken naar goud en vinden ze het met moeite, want in de VS mag je nauwelijks meer arsenicum rondstrooien, want daar worden de omwonenden nerveus van. Daarom gaan we naar onherbergzame streken.

De promotors hebben eindelijk weer financiers kunnen vinden. Die zitten nu op winst. De brokers, want de markt is in handen van een klein aantal Canadese specialisten die het opeens druk krijgen, nadat ze zich in de afgelopen jaren uit pure ellende maar op technologie en biotech hadden gestort.

Dat zijn immers de sectoren, waarmee je mensen het makkelijkst gek kunt maken. Nu zijn ze weer hun eigen sector aan het promoten. De hedge funds, die in de roemruchte jaren 1994 – 1995 schitterden door afwezigheid, mengen zich er nu ook in en zorgen voor omzet. U stapt als laatste in en loopt uiteindelijk het grootste risico.

Kopen?
Mijn vriend Frankie, die in dit soort papier handelt, nodigt me uit voor een presentatie die hot is, maar helaas ben ik die dag in Nederland. In een bullmarket als deze komen opeens talloze juniors aanrennen uit het oerwoud. Dat betekent vette commissies voor de brokers die hun papier weten te plaatsen.

Kopen? Waarschijnlijk is dat een goed idee. Snel verkopen is waarschijnlijk nog beter.

Sjoemelende kanarie

De openbare aanklager van New York, Eliot Spitzer heeft het druk. Hij maakte naam, verwierf faam en liet een spoor van knarsende tanden achter, toen hij de publiciteit haalde met de roemruchte emails van Merrill Lynch en CSFB-analisten.

Die mails leverden duidelijk het bewijs, hoe zakenbankiers analisten gebruikten om honoraria binnen te halen ten koste van de informatie voor beleggers. Het resultaat was de grootste schikking uit de geschiedenis van Wall Street.

Gisteren werd bekend dat Spitzer een schikking voor 40 miljoen dollar heeft getroffen met Canary Capital Partners. Daarvan betreft 30 miljoen dollar teruggave van ten onrechte verkregen winsten en 10 miljoen dollar boete.

Arbitrage
Prominente fondsbeheerders, waaronder Janus, Bank of America, Bank One en Strong worden onderzocht. Canary, een hedge fund, handelde in aandelen in beleggingsfondsen. Die fondsen zitten in markten, die in een andere tijdzone zitten. Daardoor kan de waardering, die één keer per dag plaatsvindt, afwijken van de werkelijke waarde.

Daarin wordt arbitrage bedreven. Spitzer voert aan dat dit gebeurde met medeweten van de betreffende fondsen. Wat moeten we hier van denken? Ten eerste is Spitzer natuurlijk bezig een politieke carrière op te bouwen. We zitten hier middenin een Bonfire of the Vanities op Wall Street.

Niet dat de misstanden die aan de kaak worden gesteld niet bestaan, integendeel zelfs. Ze zijn er nog steeds, omdat er niet voldoende structurele maatregelen zijn getroffen om ze te voorkomen. Laten we daarom de publiciteit met een flinke korrel zout nemen en kijken naar wat er hier werkelijk gebeurt.

Kleine beleggers
De betreffende beleggingsfondsen kunnen weinig kanten op. Ze kunnen niet doorlopende koersen afgeven, zoals ik hebben horen suggereren, want daar zijn dit soort fondsen niet toe in staat. Eén keer per dag is al heel wat. Dat hedge funds arbitreren is niet verbazend, dat is hun vak. Of het juist is dat ze dat ten koste van beleggers doen, is een kwestie van regelgeving.

Let wel, het gaat hier om kleine beleggers, al maakt dat juridisch natuurlijk niets uit. Wat volstrekt niet oorbaar is, is dat beleggingsfondsen meewerken aan dit soort handel. Waarom kunnen sommige fondsen dat doen? Omdat ze op die manier meer belegd vermogen aantrekken en meer honoraria verdienen.

Het is een goede zaak, als de particuliere belegger van dit soort affaires gevrijwaard blijft. Gebeurt dit alleen in Amerika? Dat zou ons verbazen. Een jaar geleden had iemand van mijn kantoor een gesprek met een vriend, die medewerker was van wat we aanduiden als een Eurostoxx 50-bank. Hij stapte in en uit de beleggingsfondsen van zijn eigen bank.

Douceurtje
Dat deed hij, omdat hij op dinsdag kon handelen tegen de koers van maandag. Ik kon mijn oren niet geloven. Het werkte als volgt: als de markt flink was aangetrokken, kocht hij op de koers van de vorige dag. Het omgekeerde, à la baisse, kon niet, want hij kon die fondsen niet lenen en shorten. Zijn tactiek werkte daarom alleen in tijden à la hausse.

Het gesprek was ontstaan, omdat de markt al een tijdje in mineur was en deze strategie niet meer werkte. Nu werkt het ongetwijfeld weer wel, tenzij de interne regels bij deze bank zijn aangepast. De bank geeft haar personeelsleden in zo’n geval een douceurtje ten koste van de deelnemers aan het fonds.

De heer Spitzer heeft een interessante richting gekozen. De misbruiken op Wall Street zijn nog niet voorbij, integendeel. De positie van de specialisten op de New York Stock Exchange (NYSE) staat, eufemistisch gesproken, ter discussie. Ze worden er collectief van verdacht beleggers te tillen middels hun prijsstelling.

Werk te doen
De topman van LaBranche, één van de grootste specialisten en een concurrent van Van der Moolen, trad onlangs uit het bestuur van de NYSE. De man die hier orde moet houden is Dick Grasso, de voorzitter van de NYSE. Hij heeft een beloning van 140 miljoen dollar ontvangen, maar het is niet duidelijk op welke basis dit gebeurd is.

Zijn contract is niet bekend. Er is nog veel werk te doen.

De Grote Ontwarring

Het is nog maar woensdag, maar het is nu al duidelijk dat dit een historische week is voor de Franse beurs. Drie CAC 40-bedrijven nemen vergaande stappen om de excessen van de vorige cyclus ongedaan te maken.

Tenzij er nog iets verkeerd gaat, neemt General Electric’s NBC de media activiteiten van Vivendi Universal over. De nieuwe marktleider heet straks NBC Universal. Vivendi steeg gisteren en beleggers zijn opgelucht.

In het euforische beursklimaat van dit moment wordt er minder op gelet, dat Vivendi geen cash-verkoop doet, maar haar media-activa onderbrengt in een nieuw bedrijf, dat geleid wordt door NBC-management, terwijl de Universal-top net nieuwe hand-boeicontracten ondertekende.

Niet te filmen
Dat was begrijpelijk, gezien de opschudding binnen het bedrijf na het rumoerige vertrek van ex-president Jean-Marie Messier. GE krijgt een extra waarde-injectie door deze transactie, want NBC wordt hierdoor gewaardeerd op 28 miljard dollar vergeleken met een boekwaarde van 6 miljard dollar.

NBC was het laatste Amerikaanse televisienetwerk dat nog geen filmstudio had. CBS, ABC (Disney) en Fox (Murdoch) hebben wel filmbelangen. De deal lijkt goed voor GE, want het bedrijf betaalt niet cash, terwijl Vivendi kan lenen tegen de aandelen die het, met de hoog gewaardeerde signatuur van partner GE, krijgt in het nieuwe mediabedrijf.

Beurszender CNBC maakt hier ook deel van uit, als onderdeel van netwerk NBC. Voor GE betekent de deal een entree in de volatiele wereld van de film, waar het minder gemakkelijk is om de traditionele kracht van het bedrijf, uitstekend management en een goede creditrating, te gebruiken.

Stokje steken
Daar staat tegenover dat de omzet van de filmstudio niet meer dan 10% van het nieuwe mediabedrijf uitmaakt. Over een aantal jaren wordt vervolgens de onderneming door middel van een ipo naar de beurs gebracht. Mediabedrijven zijn ongeveer 25 keer de winst waard, GE kost slechts achttien keer de winst.

Het is voor beide partijen te hopen dat de federale autoriteiten geen stokje steken voor buitenlands eigendom van een Amerikaans mediabedrijf. Vivendi, ontdaan van Universal, wordt nu de uitbater van Cegetel, een Franse joint-venture met Vodafone. De laatste probeert al enige tijd de hand te leggen op Cegetel, dat het SFR-netwerk exploiteert.

SFR is nummer twee in mobiele telefonie in Frankrijk, na Orange. De laatste wordt van de beurs gehaald door moeder France Télécom. Zij was tot voor kort verplicht de staat als meerderheidsaandeelhouder te hebben en financierde daarom tijdens de telecomboom haar acquisities, waaronder het Engelse Orange, met cash en niet met aandelen.

Water in vuur en vlam
Vodafone kwam goed uit deze episode tevoorschijn, vooral omdat het bedrijf de dure acquisities met even dure eigen aandelen betaalde. France Télécom is marktleider in de lokale vaste lijnen, maar de groei zit in mobiel. Wil het concern de cash flows van die groei kunnen gebruiken, dan moet Orange volledig eigendom worden.

Voor de aandeelhouders van Orange, waarvan het aandeel 13% steeg na de bekendmaking, is de deal niet ongunstig. France Télécom is met Orange is een betere belegging dan France Télécom met alleen een krimpend koperlijnbedrijf. De Grote Ontwarring aan de beurs in Parijs gaat alleen nog verder.

Vandaag werd ook bekend dat waterbedrijf Suez overeenstemming heeft bereikt over de verkoop van Ondea Nalco, een waterbelang in de VS, aan Blackstone Partners, een private equity groep. Die belangen werden ook tijdens de euforische periode opgebouwd. De waterbedrijven van zowel Suez als Vivendi zijn flink op dieet.

Schandaal en affaire
Vivendi’s waterbedrijf werd na een spin-off onafhankelijk als Vivendi Environment en kreeg na de déconfiture van het voormalige moederbedrijf een nieuwe naam: Veolia. Suez is al enige tijd bezig met het afstoten van belangen, zoals de eigen aandelenportefeuille, het belang in Fortis en een aantal nutsbedrijven, om de schuldenlast beheersbaar te maken.

Suez komt morgen met cijfers, L’Oréal maakte een beter groei bekend dan werd verwacht – voor het negentiende achtereenvolgende jaar in de twee cijfers. Vandaag komt Total met resultaten en vooral met vooruitzichten. Alsof dat nog niet genoeg is, speelt op dit moment ook nog de Executive Life-affaire.

Deze affaire hangt samen met het grootste financiële schandaal dat Frankrijk ooit kende, de Crédit Lyonnais-affaire, in Nederland vooral bekend als het vorige Franse uitstapje naar Hollywood. De Californische verzekeringscommissaris klaagt Crédit Lyonnais aan, dat kort geleden is overgenomen door Crédit Agricole, de Franse tegenhanger van Rabobank.

Lachende derde
Het gaat om onrechtmatig handelen bij de overname van Executive Life, een Californische verzekeraar. De Franse bank en dus de staat, gaan schikken voor 575 miljoen dollar. Lachende derde is François Pinault, die buiten schot blijft. Hij nam destijds, tegen wat achteraf een zeer lage prijs bleek, de junkbond portefeuille van Executive Life over.

Hij maakte hier een grote winst op, toen het economische tij keerde. Pinault is grootaandeelhouder van een ander CAC 40 bedrijf, retailer PPR, bij ons bekend als eigenaar van Gucci.

Beleggen in wijn (4): De grote blinde proeverij

De Franse wijnoogst van 2003 is veelbelovend, maar hoe kunnen
wijnliefhebbers hierop inspelen? Hoe ga je om met wijn, als belegging? Hoe
en wanneer kunnen we Franse wijnen het best kopen?

Op deze vragen en vele andere geeft Michael Kraland, wijnliefhebber en
woonachtig in Frankrijk, zijn mening. In een eerder leven was Kraland onder
andere actief in de wijn-, cognac-, armagnac-, champagne- en
whiskyindustrie. Tegenwoordig koopt hij alleen nog wijn voor een Parijse
wijnclub en voor zichzelf.

Het is nu ongeveer een kwart eeuw geleden dat een Engelse wijnhandelaar, Steven “this is a blo-blo-blo-bloody good viognier” Spurrier een blinde proeverij organiseerde in Parijs. Spurrier’s Académie du Vin zette de topdomeinen van Californië naast de beste crus van Bordeaux.

De Amerikanen wonnen, of, laten we iedere polemiek hier bij voorbaat de kop indrukken, scoorden zo verrassend goed, dat we deze proeverij als het Stalingrad van de Franse wijnhegemonie kunnen beschouwen.

Denk eens aan de rijke zakenjongens in Amerika. Die hebben alles. Een paar huizen, een jacht, een Falcon, een hangar vol nieuwe auto’s en een dito jonge vrouw, die jaarlijks teruggaat naar de carrossier.

Opus One
Dan is het verleidelijk om conversatiemateriaal aan te schaffen en in een wijngoed te investeren. Dat sommige vanity wijndomeinen nauwelijks wat opbrengen, doet er verder niet toe. De marges op baseball teams lopen ook alleen maar terug. Omdat het in Amerika nog steeds erg goed gaat, slokt de binnenlandse markt al die dure wijn op.

Na een goede dag op Wall Street ziet u bij Smith & Wolensky, een restaurant voor vleesverslindende handelaren, de klanten dienbladen vol Opus One aanrukken. Opus One, een joint venture tussen Robert Mondavi, de pionier van de Napa Valley en het wijnhuis van Baron Philippe de Rothschild uit Bordeaux, is de toonaangevende wijn in dit segment.

Aan de westkust van Amerika wordt steeds minder Franse wijn gedronken: Amerikanen zijn nu trots op hun eigen product en kijken naar Australische wijn. Aan de Oostkust, zo zag ik deze zomer, ligt het wat subtieler. De meeste Franse wijnhuizen geven, na het eerst ontkend te hebben, toe dat ze toch een vijfde of een kwart van hun omzet kwijt zijn in de VS.

Top en flop
Dat komt vooral door de vernieuwende werking die president Jacques Chirac en Dominique de Villepin, zijn minister van Buitenlandse Zaken, op de emotionele toegevoegde waarde van de Franse wijnproductie hadden. Alleen, hoe kan het dan dat we geregeld horen van recordprijzen voor topwijnen uit Frankrijk?

Dat komt doordat de markt niet homogeen is. In het uitstekende jaar 2000 haalden de top-châteaux van Bordeaux de hoogste prijzen ooit en dat na een spectaculaire stijging sinds 1995. Sindsdien zijn de prijzen flink gezakt, soms wel een procent of vijftig, maar goedkoop zijn die wijnen nog steeds niet.

De kleinere châteaux in Bordeaux zagen dit tandenknarsend aan: hun prijzen bleven al jaren op een laag niveau en een goede oogst zorgt alleen maar voor meer aanbod. In Bourgondië zijn de prijzen zo hoog, dat de gemiddelde liefhebber deze wijnen de rug toe heeft gekeerd, temeer omdat nergens de versnippering groter is dan daar.

Nieuwe Wereld
Het is moeilijk om zeker te weten waar uw Clos Vougeot nou precies vandaan komt, tenzij u die wijn eerst hebt geproefd. Niet alleen de exportmarkten keerden zich van de Franse wijn af, de meest dynamische Franse spelers gingen zelf naar het buitenland en begonnen wijnondernemingen in de VS en in Chili.

In dat laatste land hebben de Rothschilds – die van Mouton vooral – flink uitgebreid, zie het verhaal over Opus One hierboven. Zelfs Pernod Ricard, het grootste pastis- en whiskyhuis in Frankrijk, is nu één van de marktleiders in Australië. Ooit shiraz (een wijnsoort die in Frankrijk syrah heet en vooral in de Rhône streek groeit) uit de Barossa Valley geproefd?

Ik haalde vorige week een restant van wat flessen boven, die ik in 1993 in de kelder had gelegd. Die wijnen zijn nu prachtig. Franse wijnboeren zeggen vaak dat wijnen uit de Nieuwe Wereld niet goed aan tafel passen. Dat lijkt me een kwestie van smaak, maar ook van naijver. Die wijnen zijn anders, maar of dat een bezwaar is hangt van persoonlijke voorkeur af.

Terroir
We zien nu dat de onderkant van de markt wordt weggeconcurreerd door bier, breezers en Bulgaarse wijn. De tophuizen prijzen zich uit de markt en het middensegment krijgt te maken met de keiharde marketing met duidelijke kwaliteitsaanduidingen en prijspunten van de spelers uit de Nieuwe Wereld.
Waarom zouden we ons nog interesseren voor Franse wijn?

Daar zijn een aantal redenen voor. Ten eerste is Frankrijk nog steeds een leidende producent en doet de concurrentie haar werk. Nieuwe trends gaan alweer de andere kant op, juist op het moment waarop de markt zich goed rekenschap geeft van haar eigen zwakheden. Enthousiaste vernieuwers zijn nieuwsgierig stage gaan lopen in Californië en Australië.

In deze Amerikaanse staat en dat werelddeel worden, zuiver technisch gezien, de beste wijnen van de wereld gemaakt. De Fransen beginnen zich intussen bewust te worden van hun terroir, die onvertaalbare term die aangeeft hoe een combinatie van grond en klimaat een wijn uniek kan maken.

Plonk
In 1988 begon ik, als voorzitter van een Franse wijnclub, met een proeverij van een stuk of vijftien wijnen uit het zuid-westen onder de titel: Grand Crus in de Languedoc? Iedereen vond het maar een raar idee, want tot voor kort stond de Languedoc slecht bekend. Wat dacht u van de charmante Engelse term plonk?

Die geeft zoveel beter dan ons gruwelijke woord slobberwijn aan, waar het hier om gaat. De term was vooral van toepassing op wijn uit dit gebied. Ongeveer de helft van de wijnen op die proeverij was toen redelijk tot zeer goed. Als ik deze proeverij nu organiseer, kan ik een stuk of honderd wijnmakers uitnodigen.

Daaronder zitten een groot aantal fantastisch goede nieuwkomers, met etiketten die voor het grootste deel in de laatste tien jaar het licht hebben gezien. Sterker nog, de prijzen voor succesvolle wijnen lopen in de Languedoc alweer hard omhoog. Buiten Bordeaux en Bourgogne zijn er gelukkig nog andere wijngebieden in Frankrijk.

Topkwaliteit
Goed, Bordeaux is het grootste wijngebied ter wereld en Bourgondië is het archetype van wat wij – en niet alleen wij – ons bij wijn voorstellen. Of voorstelden, misschien is dat dichter bij de waarheid. Binnen die streken zijn er een aantal kleine spelers, die in niches opereren en toch nog voor leuke verrassingen zorgen.

Wie goed wijn weet in te kopen, kan daar zijn voordeel mee doen. In de andere streken zijn er steeds meer wijnmakers, die de nieuwe spelregels toepassen: minder wijn, minder opbrengst per hectare, wijnbouw die vriendelijk is voor het milieu en prijzen die, hoewel meestal niet laag, zeker redelijk te noemen zijn.

Anjou en de Loire zijn niet duur en leveren topkwaliteit voor wie er naar zoekt. Fransen laten wijnen uit de Elzas veelal links liggen: daar kunt u uw voordeel mee doen. Als u niet van fruitige witte wijn houdt, gaat u iets verder naar het zuiden. Beaujolaismakers beginnen in te zien dat er iets anders is dan Beaujolais Nouveau.

Beaujolais Ancien est Arrivé
In 1998 dacht ik dat ik een leuk idee had. Ik benaderde een aantal topproducenten uit de Beaujolais met het plan om een proeverij genaamd Le Beaujolais Ancien est Arrivé te organiseren. Oh la la, ik kon de lippen zich horen tuiten door de telefoon. Wat dit niet erg onvoorzichtig? Wist ik wel wat ik deed?

Dank zij een paar commercieel marginale spelers kwam die avond er toch, maar het kostte mij veel moeite om de organisatie rond te krijgen. Het was de moeite waard. Kort geleden schreef de bekende Engelse publiciste Jancis Robinson een artikel in de Financial Times met als kop: Le Beaujolais Ancien est Arrivé.

Ik sprak kort geleden een paar van de beste wijnmakers in die streek: kwaliteitsbeaujolais promoten? Wat een leuk idee! Hoeveel flessen wilt u hebben? De Languedoc is interessant en het is vooral een erg groot wijngebied. Dat werkt in uw voordeel, want er komt steeds meer aanbod waarvoor nieuwe klanten gevonden moeten worden.

Heerlijk gebied
Het Rhônedal is een andere bron van constant plezier. De prijzen van de trofee-wijnen zijn al flink gestegen. De absolute top, de Hermitages en de Côtes Rôties zijn duur, inderdaad. Zo duur dat ze soms als primeurs worden aangeboden. Er komen steeds nieuwe spelers bij, die tot nu toe hun wijn aan een négociant verkochten en het nu zelf willen doen.

De kwaliteit van de Chateauneufs stijgt geregeld. Beginnende wijndrinkers houden meestal niet van de kruidige syrahs uit de Rhône, maar voor wie iets meer belangstelling heeft, is dit een heerlijk gebied. In appelations als St. Joseph, Crozes Hermitage, Cornas, Gigondas kunt u uw hart ook ophalen.

De dorpen die hun naam gaven aan de Côtes du Rhône Villages produceren nog steeds tegen zeer redelijke prijzen. In de Lubéron, waar uw dienaar op moment van schrijven verblijft, kon u vroeger de goede wijnmakers op de vingers van één door een te lang vastgehouden handgranaat verminkte stomp tellen.

Nouvelle Vague
Nu neem ik mijn naar wijntips smachtende bezoekers mee naar een paar adressen in de buurt, waar ze hun hart kunnen ophalen. Neem nou een eenvoudige doch voedzame maaltijdwijn, als die van Domaine des Bastides in Le Puy St. Réparade, bij Aix, waar Jean Salen, de hardwerkende eigenaar alles zelf heeft geplant en gemaakt.

De winkelprijs van zijn topwijn is tien euro. Helaas is de 1986 op en heb ik nog maar een paar flessen 1989 liggen. Zijn wijnen gaan een jaar of vijftien à twintig mee en staan op de kaart van Alain Ducasse, de bekende chef die twee driesterrenrestaurants bestiert. Kortom, ik denk dat we in Frankrijk aan de vooravond staan van een Nouvelle Vague op wijngebied.

Er wordt steeds meer goede wijn gemaakt, in iedere streek zijn wel een aantal mensen bezig met wijn, die een bijzonder persoonlijke signatuur heeft. Er wordt geëxperimenteerd zoals nooit tevoren. Wat wel opvallend is, is dat er weinig grote goed gestructureerde en rendabele wijnondernemingen zijn.

Vlakbij
We nemen weer Pernod Ricard als voorbeeld: in Australië slaagde de onderneming erin een grote speler te worden met grote volumes aan kwalitatief goede wijn. In Frankrijk gooiden ze na een paar jaar vruchteloos investeren de handdoek in de ring op wijngebied. Nergens wordt zo hard gesleuteld aan kwaliteit als aan de Californische wijnuniversiteiten en in Australië.

De vraag is alleen of dit voor ons relevant is, gezien de prijzen en het aanbod dat we hier kunnen verwachten. De topwijnen uit Californië kunnen we hier pas op grotere schaal proeven, als er daar een overschot ontstaat. Nu is het zo dat al het geval voor de druivenprijzen die al een tijdje zakken, maar dat treft voorlopig alleen de goedkopere wijnen.

Wat Franse wijnen interessant maakt is, dat ze vlak bij ons gemaakt worden. Daarom is het gemakkelijk om die wijn aan te kopen.

Beleggen in wijn (3): Over pijn en Franse wijn

De Franse wijnoogst van 2003 is veelbelovend, maar hoe kunnen
wijnliefhebbers hierop inspelen? Hoe ga je om met wijn, als belegging? Hoe
en wanneer kunnen we Franse wijnen het best kopen?

Op deze vragen en vele andere geeft Michael Kraland, wijnliefhebber en
woonachtig in Frankrijk, zijn mening. In een eerder leven was Kraland onder
andere actief in de wijn-, cognac-, armagnac-, champagne- en
whiskyindustrie. Tegenwoordig koopt hij alleen nog wijn voor een Parijse
wijnclub en voor zichzelf.

Het gonst: record wijnoogst in 2003! Wordt dit een historisch jaar voor Franse wijn, zoals 1947? We voelen het aankomen, de volgende kop wordt: Grijp uw kans, beleg in wijn! Eventueel gevolgd door een kort en bondig: Doe het nu! – liefst met weer zo’n proleterig uitroepteken er achter.

Wij zijn zo vrij u daarom onze visie op beleggen in wijn te geven en wij brengen voor u als belegger en liefhebber het 2003-fenomeen in kaart. Daarna stomen wij direct door met een inleiding Franse wijn kopen voor dummies.

We kijken eerst hoe het komt dat Franse wijn in de afgelopen jaren zo in diskrediet is geraakt. Dat is een langdurig proces dat nog niet afgelopen is, maar schrijf Frankrijk vooral niet af, berichten over de dood van die markt zijn sterk overdreven.

Beleggen in wijn
Waarom moeten we ons druk maken over 2003?
Daar zijn allerlei goede praktische redenen voor, die wij duidelijk maken.

Wanneer moeten we inspelen op 2003, is het nu al te laat?
Geen paniek, er is geen haast en het is helemaal niet moeilijk. Niet alleen is het niet te laat, u kunt nog helemaal niets doen. Blijft u daarom vooral kalm en leest u eerst dit stuk rustig uit.

Tenslotte, hoe beleggen we eigenlijk in wijn? Is het de moeite waard?
Wij leggen u uit waarom u beter niet in Franse of andere wijn moet investeren, maar wel in uw eigen kelder en in uw kennis van wijn. Wij maken u ook duidelijk hoe u dat, naar onze persoonlijke ideeën, het beste kunt doen. Tot slot doen wij u uit de doeken, hoe u het moet aanpakken als u toch een wijnbelegger wilt worden, want het kan natuurlijk wel.

Tenslotte proberen wij u uit te leggen, wat u dat nu juist niet moet doen. Wij doen dat op een dusdanig provocerende wijze dat u later niet kunt komen zeuren dat u het niet begreep. Dit artikel is ook bedoeld voor degenen die niets met wijn hebben, geen woord Frans spreken, maar iets terug willen zeggen tegen die oervervelende zwager, die een wijnzeur is.

We gaan hem van repliek dienen. Waarom heeft die man het niet gewoon over golf, bridge, de prijs van zijn huis of zijn verliezen op de beurs, zoals andere mensen?

Waarom die pijn?
Het aardige van de meeste commentaren over het fantastische wijnjaar 2003 is dat ze voorbijgaan aan dat het slecht gaat met de Franse wijnindustrie. De omzet binnen Frankrijk loopt al decennia lang terug. U ziet dat vaker in landen met een traditionele industrie: whisky in Schotland, sake in Japan, bourbon in Amerika, cachaça in Brazilië en jenever in Nederland.

Tot voor kort was de wijn- en distillatie-industrie traditioneel georiënteerd, vooral in landen die een leidend, plaatselijk product hebben. De mensen willen tegenwoordig meer variëteit, jonge consumenten keren zich af van hun vaders of grootvaders drankjes en meestal ziet u dan dat een nieuwe markt wordt aangeboord in het buitenland.

Pas na ingrijpende vernieuwing herstelt de gedaalde lokale markt, maar vaak op een veel lager niveau. U ziet precies hetzelfde aan Nederlands gedistilleerd: jenever is sterk teruggelopen in omzet en volume, stokers maakten hun eigen prijzen kapot om te kunnen overleven, totdat er een nieuwe premium-markt ontstond voor het betere product dat werd herontdekt.

Appellations contrôlées
Uiteindelijk verovert Ketel 1 met een wodka de Amerikaanse markt, zoals ook andere luxe wodka’s, Grey Goose en Belvédère, vanuit Frankrijk succes hadden. Intussen loopt de wodkaconsumptie in Polen terug ten gunste van Westerse dranken en bier. Terug naar Frankrijk: vanwaar nu al die ellende op de wijnmarkt?

Ten eerste is daar het klassieke gegeven dat de Fransen zelf minder en betere wijn zijn gaan drinken. Dat betekende een langzame dood voor de goedkope wijn. Ten tweede is daar het conservatisme van de Franse wijnmakers. Buitenlanders, die traditioneel geen wijn dronken, gingen juist meer wijn consumeren.

Franse wijn, gehinderd door allerlei aspecten van remmende voorsprong, verloor de leidende positie. Dat komt doordat het Franse wijnproductiesysteem zo werkt, dat de bekende appellations contrôlées innovatie en verbetering van kwaliteit tegenwerkten. Franse wijnmakers zijn geen revolutionairs, behalve als ze tijdens een demonstratie een prefectuur plunderen.

Commerciële handicap
Nee, Franse wijnmakers zijn conservatieven met een groot wantrouwen jegens de buitenwereld. Een producent die binnen zijn appellation nieuwe dingen doet, valt meteen op en zijn wijn smaakt anders. Wie weet gebruikt hij ook andere druivensoorten dan die zijn toegestaan. Hij verliest dan al snel zijn appellation en dat kan een grote commerciële handicap zijn.

Het klinkt romantisch, wanneer iemand het dubbele vraagt van de gangbare prijs in zijn appellation voor een wijn die slechts de aanduiding van Landwijn mag gebruiken, de realiteit is vaak anders. Zo’n wijn is meestal onverkoopbaar. Hun eigen regelgeving hindert dynamische Franse wijnmakers, maar ook gebrek aan goede grond tegen redelijke prijzen.

Franse wijnmakers zijn de afgelopen tien jaar geen slechtere wijnen gaan maken, integendeel. Hun product wordt steeds beter. Het probleem is dat de nieuwe wijnlanden, Australië voorop, al dertig jaar bezig zijn met hun wijnrevolutie, die er op gericht is goede, betaalbare wijnen te maken voor de internationale markt.

Topwijnen
Ze winnen marktaandeel en dat gaat voor een groot deel ten koste van Frankrijk, de logge marktleider. Bovendien is het zo dat die wijnrevolutie in de Nieuwe Wereld – VS, Australië, Chili, Zuid-Afrika, maar nu ook Argentinië – er bijna automatisch voor heeft gezorgd dat er ook een nieuwe klasse aan topwijnen is ontstaan.

Het vervolg van dit artikel leest u volgende week in De grote blinde proeverij.

Renteniers en ondernemers

Beleggers kunnen kiezen uit grofweg vier soorten activa, namelijk geld, obligaties, aandelen en onroerend goed.

Economen gaan ervan uit dat beleggers rationeel zijn en vaak zijn ze dat ook. Een rationele belegger kiest dus eerst voor cash, als hij hoge rente kan krijgen, en vervolgens voor obligaties, vooral als hij vermoedt dat die hoge rente straks wel eens voorbij kan zijn.

Dan kiest hij voor een zo lang mogelijke looptijd en, zouden sommigen zeggen, voor een hefboom en leent hij geld om nog meer obligaties te kopen.

Ondernemers zetten bedrijven op en concurreren om dat kapitaal van beleggers aan te trekken. Wanneer de rente hoog is heeft een belegger geen ondernemers nodig en wordt hij een rentenier.

Wachten of werken?
Het probleem is dat een land met vooral renteniers na een tijdje economisch inzakt. Dan gaat de rente naar beneden en krijgen de ondernemers weer hun kans. Wachten of werken? Onze cultuur heeft een hekel aan het zogenaamd slapend rijk worden.

Toch is dit een wezenlijk onderdeel van het kapitalistische systeem. Maar gelukkig zijn daar de politiek correcte waardeoordelen die dit soort gedrag sinds de Tweede Wereldoorlog verbieden.

Vergeet niet dat een eeuw geleden inkomstenbelasting in de meeste industrie landen nog een nieuw idee was. Slapend rijk worden is een klassiek idee. Het bestaat al heel lang, wat veroverd of verdiend was werd met het wetboek in de hand verdedigd.

Tegenwoordig zijn we tegen geweld maar ook tegen verdediging van privé bezit dat slapend rijk worden mogelijk maakt.

De tijden zijn veranderd.

De rente is nu laag. Dat is goed voor ondernemers, want beleggers denken dan, zodra ze het gevoel krijgen dat de wereld niet zal vergaan, dat hun geld overal meer zal opbrengen dan in cash of obligaties. Daarom steeg de beurs in het vorige kwartaal.

Hoewel de korte rente nog steeds laag is en zelfs in Europa nog een stuk lager kan, bijvoorbeeld 50% lager als we net zo hard willen stimuleren als de Amerikanen, is de lange rente de afgelopen weken flink gestegen, zoals we hier ook hadden voorspeld (Zie Bondbubbel en geloofkloof

Van 3% naar 4%
Wanneer de tienjarige rente in de VS in een maand van 3% naar 4% stijgt is dat een harde en snelle stijging. Wie tien jaar vast zit op 3% krijgt een kwart minder dan wie instapt op 4% en maakt meteen een fors koersverlies op zijn obligaties. Allemaal binnen een maand.

Renteniers hebben de politiek correcte wind niet mee. Wie kapitaal vergaart en dat in huizen belegt is een huisjesmelker. Wie coupons knipt, in de figuurlijke zin dan, is een rentenier.

Hebt u ooit een rentenier gezien die gecast werd in de rol van een vurige minnaar met een gevoel voor poëzie? Nee. Het is altijd een duffe, corpulente man en hij treedt het liefst op in een negentiende eeuws toneelstuk.

De Ondernemer
Nee, dan de ondernemer. Joseph A. Schumpeter, de econoom die de Ondernemer van een hoofdletter voorzag, maakte van hem een held. Niemand had toen nog van Silicon Valley gehoord en nog minder van Sand Hill Road, waar de durfkapitalisten hun kantoren hebben.
Schumpeter hield van vrouwen.

Ondernemers staan erom bekend dat ze ook graag meer dan alleen markten veroveren. Adrenaline is hen niet vreemd. Beleggers hebben de keuze. Ze kunnen investeren in de ondernemingen van Schumpeter’s helden of in de coupons van de bedrogen echtgenoten uit een boulevardklucht van Feydau.

In de afgelopen drie maanden werden de aandelen van Schumpeter weer meer waard, small caps voorop. Gevallen Engelen presteerden beter dan solide balansen.

Tegelijkertijd werden particulier beleggers eerst bevestigd in hun geloof dat obligaties geen risico inhouden en vervolgens teleurgesteld.

Welke kant gaan we op in het derde kwartaal?

Wij weten het niet, maar in de volgende aflevering van deze serie gaan we toch een poging doen om wat verder te kijken.

Daarvoor gaan we te rade bij Bill Gross, de grootste en meest politiek correcte belegger ter wereld.

Koop de dips

“Doe mij dan maar avocado”, schreef iemand vanochtend. De aandelenmarkt loopt weer lekker. Particulieren kopen weer, want anders liepen de internet-, biotech- en technologiesectoren niet zo goed. Is iedereen momenteel bullish?

Frank van Dongen is met vakantie, anders stelden we deze vraag niet. Niet alleen twijfelt Van Dongen heftig, er zijn ook nog andere mensen die zich afvragen of het allemaal wel zo goed loopt.

Ten eerste zijn daar degenen die aan de zijlijn staan. Dat kunt u uitleggen als bullish, want een markt moet eerst over een muur aan zorgen heen klimmen en dankzij de twijfelaars blijft er genoeg ammunitie over om uw aandelen tegen een hogere prijs over te nemen.

Verkopen of verkopen?
Geweldig daarom al die twijfel. Er is echter nog een tweede categorie beleggers met meer dan het Zwemdiploma B en dat zijn de insiders. Wat doen die? Die verkopen. Laten we eens naar de volgende grafiek van de Bank Credit Analyst (BCA) kijken. Hieraan zien we duidelijk af dat de insiders verkopen.

Maar ach, je hebt verkopen en verkopen. Belasting moet betaald worden op de ontvangen opties, de badkamer moet vernieuwd worden, of er wordt een echtgenote ingewisseld voor een model met iets minder mileage en dure gewoontes bij Cartier en Bulgari. Kortom, er zijn veel redenen om te verkopen.

De onderste grafiek is echter een ratio. Deze lijn geeft niet alleen aan dat er verkocht wordt, maar ook dat er minder gekocht wordt. Weet u wat het verschil is tussen kopen en verkopen? Voor verkopen kunt u allerlei redenen hebben en voor kopen maar één.

Bondbubbel en geloofkloof

Er zijn van die dagen dat wij geen zin hebben in het schrijven van een column, omdat andere zaken urgenter zijn, urgenter lijken, belangrijker zijn of belangrijker lijken. Wat kan belangrijker zijn dan de tomeloze zucht naar kennis en informatie van onze lezers?

Het vliegtuig naar New York, waar wij morgen vroeg in moeten stappen, de twintig nieuwe zaken op onze takenlijst, de zaken van onze cliënten, waar wij van leven en de ruzie tussen onze dierbare buurman en onze tuinman, die het grasveld in de Provence in een toendra dreigt te veranderen.

Desondanks en wellicht ter kalmering, willen we toch berichten over een paar gedachten van de afgelopen dagen. Zo is daar iets, een beweging, die lijkt op een omslag in Japan.

Prachtige short
Een omslag in Japan? De hoeveelste is dat sinds 1989? Inderdaad de zoveelste, maar toch de moeite van het noteren waard. Japanse staatsobligaties – in het vak Japanese Government Bonds (JGB’s) genaamd -lijken te draaien. Nu vragen wij ons al langer af of deze instrumenten niet een prachtige short zijn.

Een staatsobligatie die ongeveer niets opbrengt, kan immers, op de lange duur, alleen maar zakken als de markt om een hele habbekrats vraagt, in plaats van om een fractie daarvan. Op zo’n moment kan het snel gaan. Stel dat die dingen opeens weer 3% doen, dan brengt dat de baissier een klein fortuin op.

Natuurlijk heeft hij de opbrengst in iets anders belegd en is hij de lachende derde, wanneer de JGB-houders massaal van hun 0,5% couponpapier afwillen.

Bron: BCA Research

Reflatie
Er viel ons nog iets op. Japanse bedrijven beginnen weer een beetje te renderen. Banken vernietigen kapitaal, maar de industrie brengt, na twaalf jaar wegzakken, weer iets meer op dan daarvoor. Dat zien we vooral bij de grote concerns en multinationals. De kleine ondernemingen hebben het nog steeds moeilijk.

Iedereen heeft kunnen zien hoe de Nikkei 225 de afgelopen maanden mooi steeg en van onder de 8000 tot boven de 9000 is gekomen. Misschien ligt de bodem achter ons, trekken de winsten na jaren van herstructurering weer aan en komt er dan een einde aan de deflatie. Voorlopig kopen alleen de buitenlanders.

Wie weet komt het R woord weer in de mode. Reflatie. Als dat gebeurt, zijn de JGB’s de short van het jaar. Wij vermelden dit niet omdat wij niets te doen hebben, want wij moeten de koffers nog pakken en veel mail beantwoorden. De reden is dat er weer een aantal bubbels zijn ontstaan. De bondbubbel is er één van.

Geloofkloof
De bondbubbel heeft haar oorsprong in de neergang van de aandelenmarkt, in de zakkende rente en in de vorm van angst in misplaatst geloof die bubbels kenmerkt. Want de bondbubbel is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de internetbubbel, geen hebzuchtbubbel. Nee, het is de andere kop van de beleggers-Janus: angst.

Angst om geen opbrengst meer te hebben, angst voor pensioenen, angst voor aandelen en angst voor de raad van bestuur. Zoals iedere bubbel hoort er ook een geloofkloof bij. Een geloofkloof is de afstand tussen perceptie en werkelijkheid. Bondfanatici geloven, liefst aan de rand van de kloof, dat obligaties altijd veilig zijn.

Zij hebben het jaar 1994 niet bewust meegemaakt, of zijn dat dramatische jaar glad vergeten. Of zij zijn zich niet bewust van wat obligatiehouders niet allemaal hebben moeten meemaken, tot de rente eind 1981/1982 begon te zakken. Obligaties hebben hun beleggers gered, vooral sinds het jaar 2000.

Europa loopt achter
Mocht er echt deflatie ontstaan, dan blijven obligaties interessant. Staatspapier dan liefst, want bedrijven krijgen het dan moeilijk. Hun papier wordt op dit moment gulzig opgekocht en treasurers slaan daar een slaatje uit, door zoveel mogelijk papier uit te geven met lagere coupons en oude leningen tegen een discount terug te kopen.

Misschien voltrekt het volgende zich nu voor onze ogen. In Japan, het oudste deflatieland, keert het tij. De Fed onder de heer Alan Groenspaan heeft duidelijk gezegd deflatie te willen vermijden ten koste van alles. Dat betekent dat de rente blijft zakken tot de economie weer aantrekt. In Europa lopen we achter.

Onze rente is twee keer zo hoog als in Amerika en onze economie draait langzamer door de hoge euro of zwakke dollar en door de structurele factoren, die snelle aanpassing aan de nieuwe economische werkelijkheden moeilijk maken. De enige sectoren die echt doorgroeien, zijn immers de staat en de gezondheidszorg.

Junk
In een periode van zakkende prijzen en rente wil iedereen rendement maken, vooral de grote spelers als pensioenfondsen en verzekeraars, die hun verplichtingen zeker moeten stellen. Die hebben net hun aandelenbezit teruggebracht en hun obligatiebezit opgeschroefd, want die aandelen leken niet meer zeker als dekking van toekomstige verplichtingen.

Omdat staatspapier wel veilig is, maar nauwelijks meer iets opbrengt – zeg 1% voor dertig jaar vast in Japan en 3,2% voor tienjarig VS-papier – zoeken deze beleggers weer risico op, maar met meer rendement. Daardoor zakten de spreads, het verschil in rendement dat de markt betaalt tussen goed bedrijfspapier, investment grade en staatspapier.

De stap van investment grade naar iets meer rendement, high yield ofwel junk, is dan een logische tweede beweging, maar beleggers gaan nog verder. In opkomende markten zijn Brazilië en Rusland weer populair, hoewel we niet kunnen zeggen dat die landen een prettig ogend financieel verleden hebben.

Financiële hefbomen
Bedrijfsbalansen ogen beter, deels vanwege de lagere rente. Er zijn schulden afbetaald, maar bedrijven herfinancieren ook op grote schaal, tegen betere voorwaarden. Particulieren doen dat ook. Dankzij de heer Groenspaan evolueert de Amerikaanse consument naar een huis met steeds minder equity en steeds meer schuld.

De consumentenuitgaven blijven op peil door de herfinancieringen van de huizen, waarvan de prijzen ook blijven stijgen. Zo komt er cash beschikbaar, maar het gevolg is dat de economie zich als geheel weer herfinanciert. Nota bene, terwijl de gedachte juist was, dat na de excessen van de jaren negentig minder financiële hefbomen goed voor de economie waren.

De opzet is dat op deze manier de consument de economie tijdelijk redt, terwijl de bedrijfsinvesteringen langzaam op gang komen door de lagere rente. Dat is natuurlijk een logische gedachtegang, maar er kan iets fout gaan. Wanneer het prijsbederf dusdanig is dat de marges en het capaciteitsgebruik niet aantrekken, krijgen we deflatie.

Duidelijke Zekerheden
Dan blijkt dat de bedrijven nog teveel schulden hebben. Die zijn dodelijk bij deflatie. Op zo’n moment blijkt ook dat de grote beleggers in renteproducten meer risico lopen dan ze dachten. Hun coupons lijken veilig, maar de deflatoire bedrijfsbalansen zijn dat niet. Dat is vervelend voor aandeelhouders en voor obligatiehouders.

De vraag is zelfs, of goud in zo’n geval soelaas biedt. Een deprimerend verhaal? Misschien, maar als deze mogelijkheden niet reëel waren, stond de markt hoger dan hij nu staat. Het enige wat de overheid rest in het bovenstaande scenario, is het aanwakkeren van inflatie. Dat kan de aandelenmarkt, die dan is ingestort, weer op de been helpen.

De obligatiehouders zijn dan alleen de klos en worden afgeslacht. Als we terugkijken naar 1999, toch niet zo lang geleden en even de Duidelijke Zekerheden afvinken die we toen kenden, krijgen we het volgende plaatje:

Huizenprijzen: die stijgen altijd, er komen steeds meer mensen bij en de economie gaat steeds beter. Bovendien zakt de rente,
Aandelenprijzen: die stijgen structureel, vooral technologie en biotech. Beleg dus 100% in aandelen,
Obligaties: dankzij de toegenomen productiviteit blijft de rente onder neerwaartse druk staan. Obligaties stijgen alleen maar en er valt niet mee te verliezen.

Spel
We weten nu dat aandelenprijzen aan de wetten van de financiële zwaartekracht onderhevig zijn. We beginnen door te krijgen dat onroerend goed in Nederland een procentje of dertig terug kan. We denken dat obligaties veiliger zijn dan ze zijn. Daar kan gemakkelijk de volgende krach uit voort komen.

In Japan is dat spel misschien net begonnen.